De uitstroom uit de zorgsector is erg hoog, en het personeelstekort wordt amper kleiner. Juist nieuw, gemotiveerd personeel verdwijnt erg snel, bleek onlangs uit een brief van de zorgadviescommissie. Op NUjij, het discussieplatform van NU.nl, kwamen veel reacties binnen van mensen die in de zorg werken of vroegtijdig uitstroomden. We spraken een paar van hen over de problemen die er spelen.

'Met pijn in het hart gestopt met dit mooie werk'

Bas Laurijs (44) is zijinstromer en stopte afgelopen september nadat hij tweeënhalf jaar in de zorg had gewerkt. Hij combineerde dat werk met een MBO-4-opleiding die drie jaar had moeten duren.

"Ik heb de zorg vooral verlaten vanwege de slechte begeleiding. Stond ik in mijn eentje meteen op de moeilijkste groep, met agressieve cliënten die schopten, sloegen en spuugden. Ik moest bovendien medicatie geven, terwijl ik daar nog niet voor bevoegd was."

Voor Laurijs lag de keus om te stoppen aan problemen die volgens hem met elkaar samenhangen. "De opleiding was zo onduidelijk dat minder dan de helft van de studenten overbleef, terwijl het personeelstekort al zo groot is."

"Te weinig personeel betekent vervolgens dat je er al snel alleen voor staat, en dat je te weinig tijd hebt om een praatje te maken en een band op te bouwen met cliënten. Terwijl dat juist zo mooi is aan het vak. Je bent vooral medicatie aan het geven en aan het rapporteren."

Het loon was dan wel minder hoog dan toen hij logistiek medewerker was, maar dat vond Laurijs het waard. "Werken in de zorg is een soort roeping. Je moet er wel echt voor gaan. Ik ben met pijn in mijn hart gestopt met werk dat ik nog steeds erg mooi vind."

'Veel beter salarisaanbod buiten de zorg'

Voor de 31-jarige NUjij'er Mi_La (naam bekend bij de redactie) was het salaris wel een overweging om toch niet door te gaan in de zorg. Ook zij was een zijinstromer, en hoopte na haar werk in de kinderopvang meer uitdaging en doorgroeimogelijkheden te vinden in de ouderenzorg.

Dat laatste lukt helaas niet, en dat kwam mede door de lage beloning, vertelt ze. "Ik wilde doorleren, maar daar werd geen gehoor aan gegeven. Voor de opleiding verpleegkunde, die ik graag wilde doen, moest ik meer ervaring opdoen. Dat was alleen niet te doen, omdat ik fulltime moest werken om het financieel te redden."

Ze werkte uiteindelijk drie jaar voor een leerlingsalaris. "Ik werd betaald als een 21-jarige - dat was niet bespreekbaar. Als alleenverdiener is het niet te doen: elke maand verschillen je inkomsten door de onregelmatigheidstoeslag, en er blijft sowieso erg weinig over na vaste lasten."

Inmiddels werkt Mi_La op een kantoor. "Het verschil van salaris is groot. Ik ben er de helft van mijn brutosalaris in de zorg op vooruit gegaan. Toch vind ik het erg jammer, want het werk vond ik heel leuk."

'Verwachtingen zijn te rooskleurig'

Elise Meyer (39), werkzaam in de gehandicaptenzorg, verbaast zich over de houding van nieuwe aanwas in de zorg. De verwachtingen van het werk zijn te rooskleurig, en het echte werk valt zo alleen maar tegen, stelt ze.

"Stagiairs staan behoorlijk op hun strepen wat betreft hun rooster. Je werkt met een team, dus moet je schipperen." Zorgen leer je door het veel te doen, en niet alleen in de schoolbanken, zegt Meyer. "Stagiairs werken soms maar twee dagen in de week, en vaak ook nog steeds dezelfde diensten en dagen."

"Dat stelt echt niks voor. Elke dag van de week is de zorg weer anders, en zo leer je flexibel te zijn. Op een ander artikel werd verbaasd gereageerd dat stagiairs alleen op de groep moeten kunnen staan. Hier ben ik dan weer verbaasd over. Stagiairs moeten toch kunnen laten zien dat ze in staat zijn om dit te doen?"

'Stagiairs willen rooster dat om hun privéleven gebouwd is'

"Ik denk dat de sociale druk voor stagiairs groot is", gaat Meyer verder. "Ze moeten ook nog werken, naar alle feestjes, concerten, festivals en verjaardagen, en willen een rooster dat om hun eigen privésituatie heen wordt gemaakt. Dit is niet te doen. Je kiest voor de zorg en daar hoort een onregelmatig rooster en werken met feestdagen bij."

Daarbij, zegt Meyer, hebben nieuwe zorgmedewerkers geen realistisch beeld van de gehandicaptenzorg. "Het beeld dat er heerst komt voort uit tv-programma's zoals dat van Johnny de Mol."

"Prachtige programma's, maar ze laten maar een klein en te rooskleurig beeld zien. Het laat de diversiteit niet zien en de kwaliteiten die je moet hebben om dit werk te kunnen doen. Ik merk dat een stage in de gehandicaptenzorg vaak een 'moetje' is."