Nederlanders gingen het afgelopen jaar voor het eerst vaker met het vliegtuig op vakantie naar het buitenland dan met de auto. Toch blijven ook vakanties in eigen land populair. Met name korte vakanties winnen aan populariteit.

Dat blijkt uit de meeste recente gegevens uit het Continu Vakantie Onderzoek van NBTC-NIPO Research. Het onderzoek is voorafgaand aan de vakantiebeurs, die woensdag begint, gepubliceerd.

Voor Nederlanders geijkte vakantielanden als Duitsland, Frankrijk en Spanje boeten in aan populariteit ten gunste van plekken buiten Europa. "Zoals Bali en Florida", aldus directeur Marieke Politiek van NBTC-NIPO. "Het is dan ook geen toeval dat het aantal vliegreizen is toegenomen en het aantal vakanties met de auto is afgenomen."

Trein staat op derde plaats

Het aantal vliegvakanties groeide met 3 procent tot 10,1 miljoen. Het aantal autovakanties daalde juist met 3 procent, tot 10 miljoen. De auto en het vliegtuig waren vorig jaar samen goed voor 89 procent van alle vakanties naar het buitenland.

De trein staat op een derde plaats met een bescheiden 4 procent van het totaal, wat neerkomt op ruim 830.000 vakanties. "Dat is wel een toename van 27 procent vergeleken met een jaar eerder", stelt Politiek. Toen waren het er 659.000.

De rest is verdeeld over de touringcar (3 procent), de camper (2 procent) en 'overige categorieën' zoals boot, motor en fiets (2 procent).

Duitsland staat nog altijd op één

Nederlanders gaven het afgelopen jaar weer meer uit aan vakanties. De bestedingen kwamen 3 procent hoger uit op 20,4 miljard euro. Van alle Nederlanders ging 84 procent op vakantie; gemiddeld drie keer. De meerderheid van de vakanties is naar het buitenland (56 procent), waarbij Duitsland toch nog altijd op één staat, gevolgd door Frankrijk en Spanje.

Nederland blijft over de hele linie veruit de belangrijkste vakantiebestemming. "Zeker wanneer het gaat om korte vakanties." En die winnen aan populariteit. "Opvallend is dat we vaker heel kort op vakantie gingen", zegt Politiek. Dat willen zeggen, uitstapjes met één of twee overnachtingen. Dat groeide met 5 procent, maar doordat de verblijven korter werden, daalde het totaal overnachtingen wel. "Met 10 procent." De bestedingen bleven gelijk.