Vliegmaatschappijen zien de brandstofrekening oplopen doordat ze het luchtruim boven Iran en Irak vermijden vanwege de oplopende spanningen. De vluchten duren hierdoor ook iets langer, waardoor vliegschema's in de war geschopt worden. Dat zorgt weer voor hogere operationele kosten.

De Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA heeft Amerikaanse maatschappijen verboden in een flink gebied te vliegen, vanwege "verhoogde militaire activiteiten en verhoogde politieke spanningen in het Midden-Oosten".

Door de aangepaste routes zouden veel vluchten tussen Europa en Azië rond de veertig minuten langer duren.

De hierdoor oplopende kosten leggen meer druk op een industrie die al kampt met het aan de grond houden van de Boeing 737 MAX. Dit populaire vliegtuigtype mag al sinds maart 2019 niet de lucht in vanwege twee dodelijke crashes.