De Nederlandse overheid behaalde in de eerste drie kwartalen van 2019 een overschot van ruim 14 miljard euro, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag. Daarmee komt de tussenstand van het overheidssaldo als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) uit op 1,7 procent.

De overheidsschuld als percentage van het bbp was in dezelfde periode 49,3 procent. Daarmee bleef de schuld voor het eerst sinds het derde kwartaal van 2008 weer onder 50 procent van het bbp. De overheidsschuld viel eind september met een bedrag van 395 miljard euro zo'n 11 miljard euro lager uit dan eind 2018.

Het overschot dat in de eerste drie kwartalen werd behaald, is bijna 3 miljard euro groter dan dat over heel 2018. Voor heel 2019 rekent het ministerie van Financiën op een overschot van 10,4 miljard euro, maar naar verwachting van het CBS wordt dit bijna 4 miljard euro meer.

De overheidsinkomsten zijn in de eerste drie kwartalen van 2019 met zo'n 12 miljard euro toegenomen, wat volledig is toe te schrijven aan belastingen en sociale premies. De collectieve lastendruk was in het derde kwartaal nog steeds 38,6 procent van het bbp; het hoogste niveau dat het CBS heeft gemeten sinds de start van de metingen.

Uitgaven zijn ook gestegen

Tijdens de eerste drie kwartalen van 2019 waren de uitgaven van de overheid overigens wel 9 miljard euro hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. De helft van die toename kwam door sociale uitkeringen en de zorg, terwijl de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen juist daalden.

De uitgaven aan de beloning van overheidswerknemers stegen met 2 miljard euro en de investeringen en afdrachten aan de Europese Unie kwamen beide op 1 miljard euro uit. Ook werd door de overheid voor de energietransitie 0,4 miljard euro in netbeheerder TenneT geïnvesteerd.