Nederland heeft het afgelopen jaar minder effectief dan ruim dertig andere landen de maatschappelijke kloof tussen mannen en vrouwen geprobeerd te dichten. Op de dinsdag verschenen Gender Gap Index van denktank World Economic Forum (WEF) daalt Nederland elf plaatsen naar de 38ste positie.

In tegenstelling tot onder meer Nederland en het Verenigd Koninkrijk die veel plaatsen moesten inleveren, heeft Spanje juist veel progressie geboekt. De Zuid-Europeanen boekten 21 posities winst en staan op plek acht. IJsland en Noorwegen voeren net zoals vorig jaar de lijst aan, terwijl Jemen opnieuw onderaan eindigt.

In 2006 werd de eerste lijst uitgebracht, toen stond Nederland nog twaalfde.

WEF toetst ongelijkheid mannen en vrouwen in 153 landen

Onderzoekers van het WEF toetsen jaarlijks in 153 landen de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in de sectoren gezondheid, onderwijs, economie en politiek. Dit jaar zijn ruim 101 landen erop vooruitgegaan, maar stagneerde de positieve lijn die Nederland had ingezet.

Het WEF noteerde bijvoorbeeld dat vrouwen een gering aantal ministersposten (Zo'n een op de drie) bekleden en parlementszetels (31,3 procent) bezitten, in tegenstelling tot mannen. Dat Nederland nog nooit een vrouwelijke premier heeft gehad draagt ook bij aan de mindere score.

In het rapport wordt ook de lage hoeveelheid vrouwen in leidinggevende posities aangehaald. Via een vrouwenquotum wil de Tweede Kamer dit verbeteren.

'Vrouwen hebben meer parttimebanen en onbetaald werk'

Qua economische participatie valt het in Nederland vooral op dat vrouwen overwegend een parttimebaan hebben. Drie op de vier vrouwen kiest voor een dergelijk contract, tegenover vier op de tien mannen. Ook doen vrouwen meer onbetaald werk.

Volgens het WEF duurt het nog bijna honderd jaar voordat vrouwen en mannen wereldwijd compleet gelijk zijn aan elkaar. West-Europa zou dat binnen 54 jaar al voor elkaar kunnen krijgen.