Uitzend-, oproep- en invalkrachten zeggen vaker gevaarlijk werk te doen dan werknemers met een vast contract. Ook worden ze vaker slachtoffer van een bedrijfsongeval, blijkt donderdag uit een onderzoek van de Sociaal-Economische Raad (SER) naar de verschillen in arbeidsomstandigheden tussen vaste krachten, flexwerkers en zzp'ers.

Flexwerkers hebben ook minder toegang tot de bedrijfsarts dan werknemers met een vast contract. Ook zeggen ze vaker regelmatig fysiek zwaar werk te doen en werken ze vaker met gevaarlijke stoffen.

Vooral in de bouw worden werknemers blootgesteld aan ongezonde en onveilige werkomstandigheden. Zelfstandigen in deze sector, maar ook in het onderwijs en de cultuur-, sport- en recreatiesector, doen vaker zwaarder werk dan vaste krachten.

Daar staat tegenover dat vaste medewerkers naar eigen zeggen vaker met veel werk en emotioneel zwaar werk te maken krijgen.

Recht op bescherming en veiligheid

Hoewel in de Arbowet en Arbeidstijdenwet is vastgelegd dat iedereen recht heeft op bijvoorbeeld dezelfde beschermende kleding of de bedrijfsarts, blijkt de praktijk weerbarstiger. Bij het ontbreken van een vast contract is het soms onduidelijk wie verantwoordelijk is voor goede arbeidsomstandigheden.

De SER raadt met het oog op het groeiend aantal flexwerkers aan om de arboregels beter na te leven en te laten gelden voor iedereen op de werkvloer.

Het aantal flexibele werknemers nam volgens cijfers het Centraal Bureau voor de Statistiek en onderzoeksbureau TNO in vijftien jaar tijd met bijna een miljoen toe. Het aantal steeg van 1,1 miljoen in 2003 naar 2 miljoen in 2018. Het aantal zzp'ers groeide in diezelfde periode van ruim 630.000 naar 1,1 miljoen.