Met 23,1 procent is bijna een kwart van de Nederlandse hoogleraren een vrouw, blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2019. Dit komt neer op een toename van 2,2 procentpunt ten opzichte van 2018, meldt het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren donderdag.

Het waren er nooit eerder zoveel, maar toch staat Nederland hiermee op de 24e plaats van de 28 EU-landen. In dit tempo duurt het nog tot 2042 voordat er op universiteiten een gelijke verdeling op basis van gender is.

Het netwerk onderzoekt in de monitor het aandeel vrouwen op verschillende niveaus, zoals onder meer onder universitair docenten en universitair hoofddocenten. Het is opvallend dat meer dan de helft (53,9 procent) van de studenten aan Nederlandse universiteiten vrouw is en bij elke stap hoger het aandeel vrouwen afneemt.

Bij promovendi zakt het percentage naar 43 procent en onder universitair docenten is het aandeel 41,8 procent. Van de universitair hoofddocenten is 28,4 procent vrouw en van de hoogleraren is slechts 23,1 procent vrouw. "Daarmee neemt het aandeel vrouwen per stap op de carrièreladder nog altijd drastisch af", aldus het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren.

Vrouwen blijken wel meer uren te werken dan mannen, melden de onderzoekers verder. "In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, hebben vrouwelijke hoogleraren met 0,87 fte gemiddeld een grotere contractomvang dan de mannen met 0,83 fte." Wel worden vrouwen "systematisch lager ingeschaald" dan mannen als het gaat om salaris.

Op Wageningen University & Research na is het aandeel vrouwelijke hoogleraren bij alle Nederlandse universiteiten toegenomen. Bij de Open Universiteit is met 34,7 procent het grootste aandeel vrouwen te vinden. Ook Universiteit Leiden (29,7 procent), Maastricht University (29,7 procent) en de Radboud Universiteit (29,3 procent) doen het beter dan gemiddeld. Erasmus Universiteit Rotterdam bungelt met 14,5 procent onderaan.