Mkb-ondernemers zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het grote spaaroverschot in Nederland, meldt De Nederlandsche Bank (DNB) maandag. Dat komt doordat mkb'ers slechts 30 procent van de winst uitkeren en relatief veel geld op de bank laten staan.

De grote spaaroverschotten in Nederland komen hiermee dus niet vooral van multinationals, zoals vaak wordt verondersteld. Terwijl multinationals gemiddeld 53 procent van de behaalde winst uitkeren, is het percentage bij het mkb dus flink lager.

"Het spaaroverschot van Nederlandse bedrijven wordt vooral gedreven doordat de winstuitkeringen en investeringen minder hard zijn toegenomen dan de winsten", schrijft DNB.

Volgens de centrale bank hebben mkb-bedrijven verschillende redenen om te sparen. Zo is er een fiscale prikkel, omdat veel ondernemingen in handen zijn van directeur-grootaandeelhouders (dga's) die zowel werknemer als eigenaar en bestuurder zijn. Dat is anders dan bij multinationals. Een dga beschikt over veel mogelijkheden voor "belastingplanning", stelt DNB.

Ook zouden mkb'ers sinds de economische crisis meer zijn gaan sparen om zelf investeringen te kunnen doen en niet afhankelijk te zijn van bankleningen. Daarnaast is lenen voor kleinere bedrijven duurder: het renteverschil tussen kleine en grote leningen is sinds de crisis toegenomen. In vergelijking met de rest van de eurozone is dit verschil in Nederland groot.

Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen voor knelpunten in de markt voor mkb-krediet. Zo is het renteverschil tussen kleine leningen en grote leningen sinds de financiële crisis toegenomen en sindsdien groot gebleven. Ook ten opzichte van het eurogebied geldt dat het renteverschil tussen kleine en grote leningen in Nederland relatief groot is.