Het Zweedse telecombedrijf Ericsson heeft in een Amerikaanse corruptiezaak een schikking getroffen met het Amerikaanse ministerie van Justitie ter waarde van een miljard dollar (900 miljoen euro). Ericsson heeft toegegeven van 2000 tot en met 2016 steekpenningen te hebben betaald aan overheidsfunctionarissen in vijf landen.

Ericsson geeft toe over de hele wereld steekpenningen te hebben betaald om zo dominant te kunnen blijven op de telecommarkt. Het telecombedrijf deed dit onder meer in China, Vietnam, Indonesië en Saoedi-Arabië.

Het Zweedse bedrijf gebruikte derde partijen om overheidsambtenaren om te kopen. Deze ambtenaren zorgden er vervolgens voor dat Ericsson werk kon krijgen en kon behouden. "Ericsson handelde onder het mom van 'geld opent deuren'", zegt openbaar aanklager Georffrey Berman.

Volgens de openbaar aanklager waren hooggeplaatste medewerkers van Ericsson op de hoogte en zelfs betrokken bij de corruptie. Of deze medewerkers nog worden gestraft, is niet bekend.

"Ik ben teleurgesteld door onze fouten in het verleden", schrijft Ericsson-topman Ekholm. "Dankzij de schikking kunnen we dit hoofdstuk afsluiten. We kunnen nu weer vooruitkijken en bouwen aan een sterker bedrijf."