In 2020 stijgt de onroerendezaakbelasting (ozb) met gemiddeld 4 procent, wat bijna twee keer zoveel is als in 2019. In twaalf gemeenten is die stijging zelfs meer dan 10 procent. Ook gaat de afvalstoffenheffing met een stijging van 8 procent fors omhoog. Dat meldt de Vereniging Eigen Huis (VEH) donderdag op basis van eigen onderzoek.

Gemiddeld betalen woningeigenaren komend jaar 4 procent meer aan ozb, wat op een verhoging van 12 euro komt. De onderlinge verschillen tussen gemeenten zijn echter groot. Zo betaalt men in Nijmegen drie keer zoveel ozb als in Sliedrecht, met respectievelijk 568 tegenover 189 euro.

In het Noord-Brabantse Laarbeek stijgt de ozb het meest, met maar liefst 32,5 procent. Dat betekent voor de gemiddelde huiseigenaar een kostenstijging van 89 euro. De afvalstoffenheffing gaat hier ook behoorlijk omhoog; deze stijgt met bijna 50 procent. Opgeteld betekent dit een gemiddelde kostenstijging van 200 euro.

Acht van de 113 gemeenten laten de ozb juist licht dalen. Hierbij is Noordwijk de uitschieter, met een afname van 3,7 procent.

De afvalstoffenheffing stijgt omdat de belasting voor gemeenten per 1.000 kilo afval sinds 2018 is verhoogd van 13 naar 31 euro. Dat is gedaan om de verbranding van restafval te ontmoedigen en afvalscheiding en hergebruik te stimuleren. De kostenverhoging wordt doorberekend aan huishoudens.

Volgens gemeenten is een reden voor de ozb-tariefverhoging dat er steeds meer geld nodig is om de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) goed uit te kunnen voeren. VEH-directeur Rob Mulder vindt dit onwenselijk. "De bekostiging van WMO en Jeugdzorg is een zaak tussen de Rijksoverheid en gemeentelijke overheden. Zij moeten dit onderling regelen, laat de huiseigenaar hier buiten."