In de sector zorg en welzijn zijn er weer meer werknemers bijgekomen dan er zijn uitgestroomd, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag. In het tweede kwartaal van 2019 zijn er ruim 165.000 werknemers ingestroomd, terwijl er 116.000 mensen uitstroomden.

Per saldo was er daarmee een toename van 50.000 werknemers in vergelijking met een kwartaal eerder. Dat is het hoogste aantal sinds het vierde kwartaal van 2010.

Na de economische crisis nam de uitstroom geleidelijk toe en de instroom af, met als dieptepunt een negatief saldo van zo'n 30.000 medewerkers in het eerste kwartaal van 2014.

De instroom van nieuwe medewerkers is in de sector sinds het vierde kwartaal van 2016 weer hoger dan de uitstroom, wat betekent dat er sindsdien steeds meer werknemers bijkomen. Vanaf begin 2017 is dit saldo elk kwartaal groter geworden.

'Papieren' instroom of uitstroom

De groep van werknemers die erbij komen wordt gevormd door afgestudeerden, zij-instromers en herintreders.

Uitstroom bestaat uit mensen die stoppen met werken vanwege pensionering, maar ook uit overstappers naar andere sectoren of werknemers die overgaan tot zelfstandig ondernemerschap. De groep die binnen de sector verandert van baan was in 2018 groter dan de groep die uit de sector verdwijnt.

Het CBS wijst erop dat veel arbeidsmobiliteit alleen administratief is: instroom of uitstroom bestaat dan alleen op papier. Dat komt door fusies of veranderende branche-indelingen. "Zo kan iemand hetzelfde werk blijven doen op dezelfde plaats, maar toch als uit- of doorstromer worden geregistreerd omdat hij of zij een nieuwe instelling als werkgever krijgt."