De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO betaalt mee aan de schending van basisrechten op palmolieplantages in Congo, meldt Trouw na onderzoek van Human Rights Watch (HRW). Op de plantages worden onderbetaalde landarbeiders onder meer blootgesteld aan giftige pesticiden en chemisch verontreinigd drinkwater.

HRW deed een jaar lang onderzoek naar de praktijken bij het palmoliebedrijf Feronia. FMO is een van de vier ontwikkelingsbanken die het bedrijf financieren.

In het rapport Een vieze investering wordt melding gemaakt van misstanden zoals het blootstellen van landarbeiders aan giftige pesticiden, het lozen van chemisch verontreinigd afvalwater waardoor drinkwater vervuild raakt en het onderbetalen van zevenduizend dagloners.

HRW concludeert dat deze dagloners omgerekend slechts 1,08 euro per dag verdienen. Dat is ruim een derde minder dan het bedrag dat de Wereldbank als het absolute minimum beschouwt. Volgens de ontwikkelingsbanken zelf krijgen de dagarbeiders omgerekend 3 euro per dag.

FMO deels in handen van de Nederlandse overheid

FMO is deels in handen van de Nederlandse overheid en is opgericht om te investeren in bedrijven in ontwikkelingslanden.

HRW uit zware kritiek op het gebruik van giftige pesticiden door de landarbeiders die het onkruid en de insecten moeten bestrijden. Er wordt gewerkt zonder beschermende kleding, een veiligheidsbril en een goed ademhalingsmasker. Dit leidt tot gezondheidsklachten bij arbeiders.

FMO kwam vorige maand na onderzoek door Trouw ook al in opspraak vanwege de investering in Feronia. Het ging toen om de financiering van landroof, de onderbetaling van plantagearbeiders en de verdachte dood van twee Feronia-medewerkers.