De Amerikaanse staat New Jersey heeft bepaald dat Uber-chauffeurs moeten worden aangemerkt als werknemers in plaats van onafhankelijke opdrachtnemers. Door deze maatregel is de taxidienst meer dan een half miljard dollar verschuldigd aan de staat.

Het departement van werkgelegenheid en arbeidsparticipatie van de staat New Jersey gaf aan dat de taxidienst door deze verkeerde classificatie van werknemers circa 650 miljoen dollar (ongeveer 588 miljoen euro) aan belasting en verzekeringskosten heeft ontlopen, zo meldt Bloomberg Law.

De staat is al langer bezig om de onbetaalde loonheffingen van Uber te ontvangen. De taxidienst zou voor honderden miljoenen dollars aan belasting, achterstandsrente en boetes moeten terugbetalen. Uber spreekt deze bevindingen tegen.

Andere Amerikaanse staten, zoals Californië, voerden al eerder wetswijzigingen door die Uber kunnen dwingen om chauffeurs als medewerkers in plaats van onafhankelijke opdrachtnemers aan te merken. In staten als New York, Oregon en Washington zal vergelijkbare wetgeving vanaf januari 2020 ingaan.

Het verdienmodel van bedrijven als Uber leunt op chauffeurs die als onafhankelijke opdrachtnemers werken. Deze constructie is vaak goedkoper dan het in dienst nemen van werknemers. Zo draaien zelfstandige Uber-chauffeurs op voor hun eigen zorgverzekeringskosten, ziektedagen of overwerk.

Uber en andere taxi-apps, zoals Lyft, lobbyen al enige tijd om de wetswijzigingen ongedaan te maken. Zo staken de bedrijven circa 80 miljoen euro in een campagne die ervoor moet zorgen dat inwoners van Californië via een referendum kunnen stemmen over de kwestie.