De gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen was in oktober 101 procent. Dat is net boven de 'kritieke grens' van 100 procent. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van onderzoeksbureau Aon.

De beleidsdekkingsgraad (het gemiddelde van de dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden) bleef eind oktober hangen op 104 procent. Dat is onder het wettelijk vereiste minimum van 104,3 procent. Naar verwachting loopt de beleidsdekkingsgraad de komende maanden nog verder terug.

De stagnerende dekkingsgraad wijt Aon aan de klappen die het Nederlandse pensioenvermogen kreeg door slechte macro-economische cijfers van Amerika en Duitsland.

Mogelijke kortingen eind 2019 en in 2020 zijn daardoor nog niet van de baan, volgens het onderzoeksbureau. De dekkingsgraad geeft aan of een pensioenfonds kan voldoen aan zijn verplichtingen.

Mogelijke stapeling van kortingen

Fondsen die al vijf jaar lager dan de grens van het dekkingstekort zitten en ook aan het eind van dit jaar een dekkingsgraad lager dan 100 procent hebben, moeten gaan korten om de dekkingsgraad te behalen.

Het risico op onvoldoende herstelvermogen kan volgend jaar tot meer kortingen leiden. "Voor sommige fondsen kan er zelfs een stapeling van kortingen volgen", schrijft Aon.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eerder al aangegeven dat hij een stapeling van kortingen onwenselijk vindt. Zonder zo'n 'herstelplankorting' zijn ABP en Zorg en Welzijn uit de gevarenzone. Voor de metaalfondsen is het gevaar echter niet geweken.