Vaak wordt hij 'redder van de euro' genoemd, maar er zijn ook andere bijnamen. Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank (ECB), maakte zichzelf onsterfelijk tijdens het hoogtepunt van de schuldencrisis in Europa. Deze donderdag houdt hij zijn laatste persconferentie en eind deze maand geeft hij het stokje door aan Christine Lagarde.

"There is another message that I want to tell you today. Within our mandate, the ECB is ready to do whatever it takes to preserve the euro and believe me, it will be enough."

Draghi doet deze uitspraak in de zomer van 2012 op een belangrijk moment. Terwijl de schuldencrisis al een tijdje door Europa raast, twijfelen financiële markten aan het vermogen van de Eurolidstaten om de problemen op te lossen.

Griekenland kreeg een half jaar eerder een tweede steunpakket en Cyprus klopte ook al aan voor financiële steun. Maar in die zomer komen ook de Spaanse banken en Spanje in de problemen. Snelle duidelijkheid over een oplossing komt er niet en de renteniveaus op staatsschulden uit Zuid-Europa lopen rap op.

Met zijn speech kalmeert Draghi de financiële markten op een cruciaal moment, maar het betekent niet het einde van de schuldencrisis. Uiteindelijk nam de ECB nog meerdere keren maatregelen om de financiële stabiliteit in de eurozone te waarborgen en de inflatie op peil te houden.

Historisch lage rentes

Draghi, geboren in 1947 in Rome, studeerde economie aan MIT in de Verenigde Staten. In de jaren negentig was hij directeur-generaal op het Italiaanse ministerie van Financiën om vervolgens aan de slag te gaan bij Goldman Sachs. Van 2006 tot 2011 stond hij aan het hoofd van de Italiaanse centrale bank. Toen schoof hij al aan bij de ECB waar hij in 2011 president zal worden.

Tijdens zijn ambtsperiode zijn de rentes naar historisch lage niveaus gedaald en vorige maand werd de depositorente, de rente die banken betalen, opnieuw verlaagd. Banken kunnen al een paar jaar tegen lage rentes financiering ophalen bij de ECB. En als kers op de taart tuigde de centrale bank een enorm programma op om staats- en bedrijfsobligaties te kopen en zo investeerders te stimuleren om hun geld in andere plekken van de economie te steken.

Draghi in 2017 aan tand gevoeld door Tweede Kamer

Vier jaar later is er voor zo'n 2.500 miljard euro aan obligaties aangekocht door de ECB, zijn spaar- en hypotheekrentes naar een historisch dieptepunt gedaald en worstelen bijvoorbeeld Nederlandse pensioenfondsen met de gevolgen voor de rekenrente. Maar ook de economische groei is in die periode opgeleefd en de werkloosheid is in veel landen naar een dieptepunt gedaald.

Maar vooral in Noord-Europa heeft dit beleid tot kritiek geleid. "Zo zuigt Graaf Draghila onze spaarrekening leeg", kopte de Duitse krant Bild in september na de laatste verlaging van de depositorente. In 2017 voelde de Tweede Kamer Draghi al aan de tand en in september stuurde het Nederlandse parlement een brief over het voornemen van de bank om de negatieve depositorente op een andere manier te berekenen aan banken. Dit zou oneerlijk zijn voor spaarders bij pensioenen.

Doelen nog steeds niet gehaald

Ondertussen maken ook steeds meer economen zich zorgen over de gevolgen van de lage rente. Zorgt dit niet voor bubbels in sommige markten? Investeerders moeten steeds meer moeite doen om een beetje rendement te krijgen.

De omstandigheden zorgen ervoor dat Draghi afscheid moet nemen terwijl de ECB nog steeds de inflatiedoelen niet haalt. Een jaar geleden leek het nog alsof de Italiaan tenminste voor één keer in zijn carrière als president van de ECB de rente zou kunnen verhogen, maar bleek niet haalbaar. Waarschijnlijk zal ook opvolger Lagarde het beleid van haar voorganger voor afzienbare tijd voortzetten.