Tien gemeenten in de regio Haaglanden, waaronder de gemeente Den Haag, hebben te lage tarieven gebruikt bij de inkoop van jeugdzorg. Dat concludeert de Haagse voorzieningenrechter dinsdag na een kort geding, gevoerd door twaalf jeugdhulpaanbieders.

De twaalf aanbieders van jeugdhulp, waaronder Stichting Jeugdformaat, stapten naar de rechter omdat de gemeenten te lage, niet-kostendekkende tarieven gebruikten. Hierdoor zouden zij niet langer in staat zijn goede jeugdhulp te verlenen, aldus de jeugdhulpaanbieders.

Volgens de jeugdzorgaanbieders waren de lage tarieven het gevolg van een nieuw systeem waarbij aanbieders van jeugdzorg vanaf 1 januari worden afgerekend op hun resultaten en niet langer op hun gewerkte uren, aldus de marktpartijen.

De Haagse voorzieningenrechter concludeert dat de tarieven inderdaad te laag liggen, omdat de wijze waarop de tarieven tot stand zijn gekomen niet deugt. Daarbij hebben de gemeenten onvoldoende rekening gehouden met regionale en organisatiespecifieke aspecten die van invloed zijn op de kostprijs van de jeugdhulp, aldus de voorzieningenrechter.

De tien gemeenten, Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer, moeten nu opnieuw naar de tarieven voor de inkoop van jeugdhulp kijken, zodat de tarieven alsnog kostendekkend worden en overeenkomen met de Jeugdwet.