De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO financiert bedrijven waar ernstige misstanden voorkomen, blijkt dinsdag uit onderzoek van Trouw. Het zou gaan om bedrijven in ontwikkelingslanden die verantwoordelijk zijn voor moord, doodslag, intimidatie, milieuschade en landroof.

Trouw concludeert dat bij zeven projecten van de bank ernstige misstanden voorkomen. De bank zou te weinig onderzoek doen naar deze bedrijven.

De conclusie van de krant is gebaseerd op gesprekken met onderzoekers, advocaten, rapporten van maatschappelijke organisaties en verslagen van de onafhankelijk klachtcommissies van de bank.

FMO-directeur Peter van Mierlo ontkent tegenover Trouw dat er een structureel probleem is. "We hebben een lijst met probleemprojecten die we volgen", zegt hij. "Het is overigens niet realistisch om te denken dat er nooit iets misgaat."

Van Mierlo ontkent ook dat FMO niet haar best doet om landroof van de inheemse bevolking door de door hun gefinancierde bedrijven te voorkomen. "We doen altijd uitgebreid onderzoek naar grondrechten, soms meer nog dan internationale standaarden vereisen."

Toch kon FMO niet voorkomen dat bij de aanleg van stuwdammen in Honduras en Panama inheemse tegenstanders van het project vermoord werden. Onafhankelijke klachtcommissies stellen dat FMO bij de aanleg van die dammen te weinig onderzoek heeft gedaan.

FMO investeert in bijna achthonderd projecten, bij elkaar opgeteld voor zo'n 9,6 miljard euro. De Nederlandse Staat bezit 51 procent van de aandelen van de ontwikkelingsbank.