De PvdA staat niet langer achter het vrijhandelsverdrag CETA, dat de handel tussen de Europese Unie en Canada moet vereenvoudigen. Zaken als eerlijke arbeid, milieu en dierenwelzijn zijn onvoldoende geregeld in de verdragstekst die er nu ligt, laat PvdA-leider Lodewijk Asscher maandag weten.

Het kabinet moet terug naar de onderhandelingstafel, schrijft Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul. "De lat moet en kan hoger." Zonder de steun van de PvdA is er geen meerderheid meer voor CETA in de Eerste Kamer.

Nederland ondertekende het verdrag in 2016. In dat jaar was de PvdA juist voorstander van CETA en onderhandelde toenmalig minister Lilianne Ploumen namens het kabinet voor het verdrag.

De Tweede Kamer moet nu instemmen met het verdrag en daarna moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan. Pas als alle EU-landen en Canada akkoord gaan, treedt het verdrag in werking. Delen van CETA worden al wel toegepast sinds 2017.

Het vrijhandelsverdrag CETA moet de handel tussen de EU en Canada eenvoudiger en goedkoper maken. CETA staat voor Comprehensive Economic and Trade Agreement (letterlijk: breed economisch- en handelsakkoord) en bestaat grotendeels uit de opheffing van veel handelsbarrières tussen Canada en de EU.

Invoertarieven verdwijnen bijna helemaal en aan beide kanten gaan dezelfde regels voor producten en diensten gelden.

Economische groei en meer werkgelegenheid

Volgens voorstanders van het handelsverdrag kan CETA voor groei van de economie en meer werkgelegenheid zorgen. De handel tussen de EU en Canada zou vanwege het verdrag met 25 miljard euro per jaar kunnen groeien.

Organisaties zoals Greenpeace, Milieudefensie, Foodwatch en vakbonden hebben actiegevoerd tegen CETA. Ze verwachten dat het vrijhandelsverdrag vooral goed is voor grote bedrijven en juist nadelige gevolgen heeft voor gewone burgers. Ook Nederlandse boeren riepen de Tweede Kamer op tegen het verdrag te stemmen.