Duurzaamheid speelt nog altijd een ondergeschikte rol bij aanbestedingen van bouwprojecten van Nederlandse publieke instellingen, concludeert brancheorganisatie Bouwend Nederland maandag aan de hand van een onderzoek onder 83 grootste publieke aanbesteders. In 2018 werd duurzaamheid bij 26,9 procent van de aanbestedingen meegenomen in de beslissing.

Bij de overige 73,1 procent van de aanbestedingen speelde duurzaamheid geen rol van betekenis. Bij een merendeel van de aanbestedingen wordt veelal besloten op basis van de laagste prijs.

Maar ook als duurzaamheid wel werd in de overweging meegenomen, telde die factor in ruim 58 procent van de gevallen maar voor 15 procent mee in de gunning. "De grote lijn: de markt wordt nog onvoldoende beloond voor duurzame innovaties. Hierdoor wordt de innovatiekracht van de markt nog steeds onvoldoende benut", aldus Bouwend Nederland.

De brancheorganisatie pleit voor meer aandacht voor kwaliteit bij aanbestedingen in plaats van de huidige focus op prijs. Duurzaamheid zou hier een onderdeel van moeten zijn, aldus Bouwend Nederland. "Vanuit onze achterban horen we al geruime tijd dat duurzame innovaties vaak niet gerealiseerd worden, omdat hier binnen de aanbesteding geen ruimte voor is", stelt programmamanager duurzaamheid Helen Visser.

Ook wordt volgens de vereniging steeds minder vaak gekozen voor contracten waarbij langjarig onderhoud en beheer is inbegrepen, terwijl zulke contracten duurzaamheid juist ten goede zouden komen. "Dergelijke contractvormen stimuleren juist het maken van doordachte duurzame keuzes, waarvan zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers langjarig profiteren."