De economische groei in het tweede kwartaal is bij de tweede berekening lager uitgevallen dan in eerste instantie berekend was, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De economische groei van april tot en met juni kwam uit op 0,4 procent, in plaats van de eerder berekende 0,5 procent.

De tweede berekening van het bbp wordt ongeveer negentig dagen na afloop van het kwartaal gepubliceerd. Ten opzichte van de eerste berekening is vooral het handelssaldo naar beneden bijgesteld. Wel werd de bbp-groei gestimuleerd doordat huishoudens meer consumeerden.

Ten opzichte van een jaar eerder groeide de economie in het tweede kwartaal met 1,8 procent; 0,2 procentpunt lager ten opzichte van de eerste berekening.

Volgens de tweede berekening steeg het aantal banen van werknemers en zelfstandigen in het tweede kwartaal met 42.000 ten opzichte van het eerste kwartaal van 2019. De eerste berekening kwam uit op een stijging van 40.000, aldus het statistiekbureau.

Begrotingsoverschot komt uit op 1,8 procent

Ook publiceerde het CBS cijfers over de het begrotingsoverschot van de Nederlandse Staat. Zij kreeg bijna 14 miljard euro meer binnen dan zij uitgaf in de eerste helft van 2019. Hiermee kwam het begrotingsoverschot uit op 1,8 procent.

De overheidsschuld als percentage van het bbp komt uit op 50,9 procent, tegenover 52,4 procent eind 2018. Het gerealiseerde overschot in de eerste helft van 2019 is ruim 2 miljard euro hoger dan het overschot over heel 2018. De miljoenennota gaat uit van een overschot van 10,8 miljard euro voor heel dit jaar, oftewel 1,3 procent van het bbp.

Nederland voldoet daarmee ruimschoots aan de Europese eisen, waarbij het begrotingstekort niet groter mag zijn dan 3 procent van het bbp en de staatsschuld maximaal 60 procent van het bbp mag bedragen.