Een groep pensioengerechtigden heeft daarvoor de Vereniging Pensioenverlies opgericht.

Door middel van een eenmalige lidmaatschapsbijdrage wil de vereniging de onderzoek- en proceskosten betalen.

Onder premier Ruud Lubbers verlaagde de overheid als onderdeel van bezuinigingen de bijdrage aan de ambtenarenpensioenen. Deze werden in de jaren tachtig van 21 procent tot onder de 10 procent verlaagd.

Daardoor ontstond een betalingsachterstand door het Rijk van bijna 33 miljard gulden. Ambtenaren en leraren hadden daar destijds niets over te zeggen omdat het ambtenaren- en onderwijspensioenfonds ABP een Rijksdienst was.

Omgerekend naar euro's en met ruim 25 jaar aan rendement zouden de achterstallige betalingen neerkomen op ongeveer 80 miljard euro, zegt directeur Rob de Brouwer van de Vereniging Pensioenverlies. "Daarmee zou de dekkingsgraad van het ABP weer ruimschoots boven de 100 procent komen."

'Pensioenen al tien jaar niet geïndexeerd'

De Brouwer beet zich vast in het onderwerp toen hij zich realiseerde dat stappen van de kabinetten-Lubbers, de zogeheten uitnamewetten, mede de oorzaak zijn van de betrekkelijk lage dekkingsgraad van het ABP. "Daardoor zijn de pensioenen al tien jaar niet meer geïndexeerd. Nu dreigen zelfs kortingen."

De Vereniging Pensioenverlies denkt dat de overheid ambtenaren heeft gediscrimineerd en daarmee het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft geschonden.

De verwachting is dat de zaak uiteindelijk door een Europese rechter moet worden beslist.

Het ABP beheert naar eigen zeggen de pensioenen van één op de zes mensen in Nederland. Het fonds heeft 456 miljard euro in kas. De dekkingsgraad van het pensioenfonds daalde in augustus tot 88,6 procent.