De koopkracht van gepensioneerden en mensen met een uitkering stijgt volgend jaar nauwelijks, schrijft het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) op basis van de dinsdag gepresenteerde Miljoenennota 2020. Mensen met middeninkomens gaan er volgend jaar qua koopkracht het meest op vooruit.

Het budgetinstituut schrijft dat de meeste mensen hun koopkracht met gemiddeld 1 tot 2 procent zien stijgen. Vooral tweeverdieners met een middeninkomen en kinderen gaan er in 2020 op vooruit, aldus het Nibud.

Mensen met een uitkering vallen volgens het budgetinstituut buiten de boot. Deze groep ziet weinig veranderingen in de portemonnee door genomen kabinetsmaatregelen. Een alleenstaande in de bijstand kan volgend jaar 14 euro per maand meer uitgeven dan dit jaar. Wel komt een grotere groep huishoudens vanaf volgend jaar in aanmerking voor huurtoeslag, aldus het Nibud.

Onder gepensioneerden heerst er veel onzekerheid. Het Nibud ziet de koopkracht van deze groep met 0,5 procent tot 2,8 procent stijgen, een flink verschil dus. De onzekerheid heeft met name met mogelijke kortingen op de pensioenen te maken. Sommige pensioenfondsen hebben al laten weten dat zij volgend jaar misschien op de aanvullende pensioenen moeten korten. "In dat geval zal de koopkracht voor deze gepensioneerden veel minder stijgen of zelfs dalen", schrijft het Nibud.

Grootste koopkrachtstijging voor tweeverdieners met meerdere kinderen

Mensen met een middeninkomen gaan er volgend jaar qua koopkracht het meest op vooruit. Vooral stellen met kinderen krijgen een flinke koopkrachtboost. Tweeverdieners met twee kinderen gaan er zo'n 3,7 procent op vooruit. Een stel met drie kinderen en een gezamenlijk inkomen van 45.000 euro gaat er procentueel het meest op vooruit: hun koopkracht stijgt met 4,6 procent.

Stellen met kinderen gaan er meer op vooruit vanwege een verandering van het kindgebonden budget. Voor tweeoudergezinnen wordt dat nu nog afgebouwd bij een bruto-inkomen van 21.000 euro en die grens gaat omhoog naar 38.000 euro.

De koopkrachtstijging van tweeverdieners zonder kinderen is iets minder. Bij de gepubliceerde rekenvoorbeelden gaan tweeverdieners met twee inkomens van 35.000 euro en zonder kinderen er met ongeveer 2 procent op vooruit, aldus het Nibud.

Verschil tussen vaste medewerkers en zelfstandigen groot

Het plaatje dat het Nibud schetst, is vooral rooskleurig voor mensen met een vast contract: voor hen ziet het er volgend jaar beter uit dan voor zelfstandigen. Werknemers met een cao-loon kunnen er volgend jaar gemiddeld 2,5 procent bij verwachten op hun loonstrookje.

Door de verlaging van de zelfstandigenaftrek kunnen zzp'ers volgend jaar een minder groot bedrag van de belasting aftrekken. In het rekenvoorbeeld zet het Nibud twee alleenstaanden met een inkomen van 25.000 euro naast elkaar. De ene alleenstaande heeft een vast contract en gaat er 3,1 procent op vooruit, de ander is een zelfstandige en gaat er met slechts 1,2 op vooruit qua koopkracht.