De dekkingsgraden van de twee grootste pensioenfondsen van Nederland zijn in augustus tot onder de 90 procent gedaald. Dat maken ambtenarenpensioenfonds ABP en pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) maandag bekend.

Dekkingsgraad vijf grootste pensioenfondsen (eind augustus)

  • ABP - 88,6 procent
  • PFZW - 89,8 procent
  • PME - 91,5 procent
  • bpfBOUW - 110,8 procent (cijfers van eind juli)
  • PMT - 92,6 procent

Ook bij andere pensioenfondsen zijn de dekkingsgraden gezakt. Zo daalden de dekkingsgraden bij metaalfondsen PME en PMT - de nummer drie en vijf van Nederland - ook, naar respectievelijk 91,5 procent en 92,6 procent.

Gevreesd wordt dat pensioenfondsen door de dalingen volgend jaar veel grotere kortingen moeten doorvoeren. De pensioenfondsen willen daarom het liefst zo snel mogelijk met minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken om tafel.

Van de vijf grote fondsen staan de ambtenaren, zoals onderwijzers, gemeentewerkers en beleidsmakers op ministeries, er het slechtst voor. De actuele dekkingsgraad van ABP stond eind augustus op 88,6 procent. Daarmee is het dieptepunt van de kredietcrisis (82,7 procent) in zicht.

PFZW sloot augustus af op 89,8 procent. De twee metaalfondsen PMT en PME, de nummer drie en vijf van Nederland, doen het net iets minder slecht met standen van 92,6 procent en 91,5 procent.