De prijzen van ruwe olie zijn aan het begin van de handelsdag maandag in Azië met meer dan 10 procent gestegen door de aanval op twee olie-installaties in Saoedi-Arabië. De prijs van Brentolie steeg in Singapore met 11,73 dollar (10,59 euro) naar 71,95 dollar per vat, om vervolgens terug te zakken tot onder de 68 dollar.

Olie-installaties in Abqaiq en Khurais werden zaterdag door vermoedelijk meerdere drones getroffen. Op het olieveld van Abqaiq, in het noordoosten van het land, staat de grootste olieraffinaderij ter wereld. Het veld in Khurais, tussen de hoofdstad Riyad en de Perzische Golf, is een van de belangrijkste olievelden van het land. Aramco, de grootste exporteur van ruwe olie ter wereld, halveerde zijn olieproductie.

De aanval op de olievelden zorgde ervoor dat ongeveer 5 procent van de wereldwijde olieproductie stil is komen te liggen. Een stijging van de olieprijzen werd daarom al verwacht.

Om de impact van de aanval op de olieprijzen te verzachten, heeft de Amerikaanse president Donald Trump maatregelen aangekondigd. Zo heeft hij toestemming gegeven om olie van de strategische reserve van het land te gebruiken, mocht dat nodig zijn. Die reserve werd gevormd na de oliecrisis van 1973.

De olie is opgeslagen in vier ondergrondse depots aan de Golf van Mexico in de staten Texas en Louisiana. "Meer dan genoeg olie!", aldus Trump op Twitter.

Veel onduidelijkheid over de aanval

De leiding van de Houthi-rebellen in Jemen liet weten de branden te hebben veroorzaakt door tien aanvalsdrones richting de oliefabrieken te sturen. De Houthi's deden dit naar eigen zeggen omdat de Saoedi's betrokken zijn bij de burgeroorlog die de rebellen al vier jaar voeren in Jemen. Saoedi-Arabië leidt namelijk een coalitie van landen die de Jemenitische regering steunen.

Bij die oorlog vielen al tienduizenden burgerslachtoffers en zijn meer dan 24 miljoen mensen afhankelijk van noodhulp, veelal in de vorm van voedsel.

Zowel Iran als Irak worden genoemd als mogelijke dader

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo legt de schuld bij Iran, overigens ook zonder bewijzen te leveren. "Tussen alle oproepen voor de-escalatie heeft Iran een ongekende aanval op de energievoorziening van de wereld gelanceerd", zegt hij op Twitter. Ook schrijft hij dat "Teheran achter bijna honderd aanvallen op Saoedi-Arabië zit, terwijl president Rouhani en minister Zarif doen alsof ze diplomatie bedrijven".

Iran wijst de beschuldigingen van de hand. "Zulke vruchteloze en blinde beschuldigingen zijn onbegrijpelijk en betekenisloos", aldus het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Irak wordt eveneens als mogelijke dader genoemd door Saoedische en Amerikaanse regeringsmedewerkers. Ook dit land ontkent betrokkenheid.