De gemiddelde Nederlander is er vorig jaar 0,3 procent in koopkracht op vooruitgegaan ten opzichte van 2017, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Sinds het einde van de economische crisis in 2013 is de groei van de koopkracht niet meer zo gering geweest, meldt het statistiekbureau donderdag.

Niet alle Nederlanders gingen er qua koopkracht op vooruit. Dat gold volgens het CBS wel voor iets meer dan de helft van de bevolking, met name voor werknemers. Zij zagen hun koopkracht met gemiddeld 1,8 procent toenemen.

Gepensioneerden en mensen met een uitkering gingen er juist op achteruit. Zij hadden respectievelijk 0,5 procent en 0,2 procent minder te besteden. Gepensioneerden zagen hun koopkracht in 2017 ook al afnemen.

De cijfers van het CBS betreffen de dynamische koopkrachtontwikkeling. Die berekent het statistiekbureau op basis van feitelijke inkomenswaarnemingen en de inflatie. Deze koopkrachtcijfers verschillen daarmee van de zogeheten statische koopkrachtontwikkeling.

Dat zijn ramingen over de veranderingen in de koopkracht die het CBS baseert op onder meer beleidsplannen en verwachte economische ontwikkelingen. De laatste raming van het statistiekbureau ging uit van een koopkrachtstijging van 0,2 procent.