De basisbeurs maakt mogelijk een comeback. Met de steun van de PvdA is een meerderheid in de Tweede Kamer voor de herinvoering van de studentenbeurs. Waarom werd de basisbeurs ook alweer in de ban gedaan en waarom willen ze hem (deels) terug? Vijf vragen over de basisbeurs.

De basisbeurs, wat was het ook alweer?

De basisbeurs loodst studenten sinds de jaren tachtig door het studentenleven. De beurs geeft studenten een bedrag dat niet terugbetaald hoeft te worden, mits ze binnen tien jaar hun diploma halen. Studenten kunnen ook een aanvullende beurs aanvragen, de hoogte hiervan is afhankelijk van wat de ouders verdienen. Daarnaast kunnen ze nog flink bijlenen. Afbetalen moet binnen vijftien jaar.

De beurs is in 2015 geschrapt en vervangen door het sociaal leenstelsel. Geen vast maandbedrag meer zonder zorgen, maar een maandelijkse lening, als studenten daarvoor kiezen uiteraard. De aanvullende beurs bestaat nog wel, deze wordt omgezet in een gift als het diploma binnen tien jaar wordt binnengehaald. Studenten hebben na het afronden van hun studie 35 jaar om hun schuld af te lossen.

Wat waren de effecten van het leenstelsel?

De studenten worden door het leenstelsel schuldenaren. De gemiddelde studieschuld onder het leenstelsel loopt op tot gemiddeld 21.000 euro.

Door de hogere studieschuld denken jongeren uit armere gezinnen wel twee keer na om te gaan studeren, waardoor de tweedeling in de maatschappij toeneemt. Ook blijven jongeren sinds de invoering van het sociaal leenstelsel langer thuiswonen, in plaats van het ouderlijk nest te verlaten.

Daarbij zorgt het leenstelsel voor onzekerheid, concludeert de Sociaal-Economische Raad (SER) vorige week. Niet iedereen vindt werk dat genoeg oplevert om aan de schulden te voldoen en ook wordt het moeilijker voor studenten om snel een huis te kopen. Het afsluiten van een hypotheek wordt namelijk ook lastiger met een hoge studieschuld. Tot slot levert de schuldenlast ook psychische problemen op, blijkt in januari uit een enquête in opdracht van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO).

Weinig positiefs. Waarom werd-ie eigenlijk geschrapt?

Door de basisbeurs af te schaffen, bespaart de overheid ongeveer 1 miljard euro per jaar. Dit geld zou vervolgens weer in de kwaliteit van het hoger onderwijs worden gestoken.

"Iemand die aan een hogeschool of universiteit studeert, verdient later gemiddeld anderhalf tot twee keer zoveel als een leeftijdsgenoot die geen hoger onderwijs heeft genoten. Hiermee krijgen we een eerlijk, rechtvaardig, doelmatig en toekomstbestendig studiefinancieringsstelsel", zegt Jet Bussemaker in 2014, die op dat moment minister van Onderwijs is.

Toekomstbestendig lijkt het stelsel dus niet te zijn, gezien de huidige meerderheid in de Tweede Kamer voor het afschaffen ervan.

Hoe komt het dat de politiek nu toch weer positiever lijkt over de basisbeurs?

"Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald", schrijft GroenLinks-leider Jesse Klaver in mei over het leenstelsel. Klaver trekt daarmee zijn handtekening onder het leenstelsel in, die hij in 2015 zette. Het systeem klopt op papier, maar werkt niet in de praktijk, geeft de partijleider als uitleg.

De beloftes die destijds werden gedaan - meer investeren in kwaliteit en een betere toegankelijkheid - zijn niet geheel nagekomen. "Het is duidelijk dat er problemen zijn met de doorstroming, leenangst en toename van stress", zegt Klaver mei.

“Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.”
Jesse Klaver, fractievoorzitter GroenLinks

Dat geldt nu ook voor de PvdA, de partij die destijds in tegenstelling tot GroenLinks in de coalitie zat. De sociaaldemocraten denken al langere tijd na over hoe om te gaan met het leenstelsel en de bijkomende hogere kosten voor studenten.

Toen de plannen werden gemaakt, waren toegankelijkheid en solidariteit voor de PvdA belangrijk, zegt partijleider Lodewijk Asscher dinsdag tegen het AD. De bakker moet niet meebetalen aan de studie van de chirurg, was het idee. Asscher ziet dat de doorstroming van het mbo naar het hbo afneemt en solidariteit regelt hij liever met een hoger toptarief.

Kunnen we de basisbeurs snel terugverwachten?

Waarschijnlijk niet. Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven gaat het leenstelsel eerst tegen het licht houden. Blijkt daaruit inderdaad dat het voor sommige studenten "een grote belemmering" is, zoals een flinke Kamermeerderheid inmiddels vindt, dan gaat het kabinet "kijken naar de mogelijke aanpassingen".

Daarbij zijn regeringspartijen VVD en D66 nog altijd voor het leenstelsel. Coalitiegenoten CDA en ChristenUnie zijn tegen, maar hebben het leenstelsel al moeten slikken in de coalitieonderhandelingen met D66 en VVD. Hierdoor lijkt het erop dat er in deze kabinetsperiode niets zal veranderen.

In 2021 zijn de volgende Tweede Kamerverkiezingen, wellicht dat de verschuivingen die daaruit voortkomen tot een comeback van de basisbeurs zullen leiden.

Verbetering: De werking van de basisbeurs onder de eerste vraag is wat verduidelijkt in de tekst.