Steeds meer jongeren bereiken mijlpalen als het kopen van een huis en het starten van een gezin later dan voorheen. De Sociaal-Economische Raad (SER) waarschuwt vrijdag in een rapport voor het "uitstelgedrag" van de jongeren.

Volgens het rapport worden zij getroffen door de economische situatie van het Nederlandse bedrijfsleven. Zo krijgen jongeren een contract wanneer zij gemiddeld 27 jaar zijn, drie jaar later dan tien jaar geleden, en verdienen zij daardoor minder.

Samen met de tijdelijke contracten zorgt een studieschuld ervoor dat de jongeren moeilijker een hypotheek krijgen en als gevolg daarvan verder moeten kijken naar bijvoorbeeld dure huurwoningen, die opgekocht zijn door opkomende beleggers.

Het inkomen dat zij ontvangen, gaat dan voor een groot deel op aan hun woonlasten. Daardoor wordt bij de ouders blijven wonen aantrekkelijker en vindt het kopen van een huis ook op een steeds later moment plaats. In 2014 ging nog 47 procent van alle woningen naar starters, terwijl dit het afgelopen jaar nog maar 25 procent was. 40 procent van de jongeren verwacht geen huis te kunnen kopen.

SER-voorzitter Mariëtte Hamer ziet ook een groot verschil tussen jongeren met "de juiste relaties" en degenen die niet over zo'n netwerk beschikken. De laatste groep zou minder snel van dezelfde kansen profiteren en als gevolg daarvan achterblijven.

Daardoor ontstaat er volgens Hamer een "onzichtbare muur, waardoor jong talent onbenut blijft en de tweedeling in onze samenleving verscherpt wordt".