Een dwingend quotum om meer vrouwen in de top van bedrijven te krijgen, zorgt niet voor meer vrouwen in posities in het middenmanagement. Dat concluderen het CPB en het SCP woensdag in een het rapport Vrouwen aan de top.

Ook blijft de winst gelijk als er door een dwingend quotum meer vrouwen in topposities zitten. Dat blijkt uit onderzoek naar het invoeren van quota in andere Europese landen.

Om toch meer vrouwen in alle lagen van bedrijven te krijgen, moet er aanvullend beleid komen van de overheid en het bedrijfsleven. Zo moeten vooroordelen worden aangepakt, en kan worden geprobeerd om de deeltijdfactor van vrouwen te verhogen. Zodra ze meer uren werken, stromen werknemers namelijk ook verder door naar boven, is het idee.

Het opstellen van een diversiteitsstrategie is ook een goede stap voor bedrijven, zo stelt het onderzoek. De top van een bedrijf moet zich hier dan wel echt voor inzetten en een samenhangend pakket van maatregelen aanbieden dat de diversiteit in alle lagen moet bevorderen.

Overheid en non-profitorganisaties lopen voorop

In Nederland is in tien jaar het aandeel vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen bij de vijfduizend grootste bedrijven toegenomen van 4 naar 15 procent. Het streefcijfer dat in de wet staat is echter 30 procent. De overheid en non-profitorganisaties doen het beter, met respectievelijk 34 en 40 procent.

Het Nederlandse bedrijfsleven doet het internationaal gezien gemiddeld qua raden van bestuur. Qua raden van commissarissen scoort het bovengemiddeld. Op Europees niveau blijft het Nederlandse bedrijfsleven qua vrouwen in managementfuncties echter over alle lagen achter.

Redenen om meer vrouwen aan de top en in managementsposities te krijgen, lopen uiteen. Zo zou het niet alleen de kansengelijkheid van mannen en vrouwen vergroten, maar zou het in de bedrijfsvoering ook andere gezichtspunten kunnen toevoegen.