Een ondoorzichtige transfermarkt, zaakwaarnemers die verschillende functies hebben en rijke buitenlandse partijen die clubs kopen met geld waarvan de herkomst niet duidelijk is: het betaald voetbal is erg gevoelig als het om het witwassen van geld en andere vormen van fraude gaat.

Dinsdag werd bekend dat Rabobank geen nieuwe klanten uit het betaald voetbal meer wil. Als bij bestaande klanten - 80 procent van de betaaldvoetbalorganisaties bankiert bij Rabobank - integriteitsrisico's worden vastgesteld, dan kan de bank een zogeheten afscheidstraject starten.

In de motivatie verwijst Rabobank naar een eerder onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB), de toezichthouder voor de financiële sector. In 2017 concludeerde DNB dat banken en trustkantoren (bedrijven die vennootschappen beheren) te weinig doen om de risico's die er in het betaald voetbal zijn te beperken.

DNB sprak met onder andere betrokkenen bij de opsporingsdiensten, voetbal- en onderzoeksjournalisten, financieel dienstverleners en de KNVB. Op basis daarvan concludeerde de toezichthouder dat er vijf concrete risico's zijn.

Voetbalclub als witwasvehikel

Zo is er de ondoorzichtige transfermarkt. Vaak is niet helemaal duidelijk hoeveel er daadwerkelijk voor een speler betaald is en is een transfer ook niet één financiële transactie. Een overgang zet vaak een reeks transacties "tussen verschillende partijen waarvan de betrokkenheid niet altijd evident is" in gang, aldus DNB.

Ook bij de overname van een club zelf zouden banken alert moeten zijn. DNB noemt expliciet individuen met veel geld die hele clubs overnemen. Zo kunnen deze partijen zwart geld gebruiken om de aankoop te financieren.

"Daarnaast kan een voetbalclub ook als operationeel witwasvehikel worden gebruikt, bijvoorbeeld door een criminele organisatie via de voetbalclub te structureren en te financieren of door de voetbalclub als middel te gebruiken om zwart geld te genereren met (fiscale) fraude."

Corruptie en belastingontduiking

Verder zijn er risico's dat de voetbalbonden en de spelers zelf zich schuldig maken aan fraude. Zo werd enkele jaren geleden corruptie geconstateerd bij wereldvoetbalbond FIFA. Toenmalig voorzitter Sepp Blatter werd in 2015 geschorst voor de betaling van 1,8 miljoen euro aan Michel Platini, destijds UEFA-voorzitter.

Verder is er bijvoorbeeld de belastingfraude van Lionel Messi. Een Spaanse rechtbank veroordeelde hem zelfs tot een celstraf van 21 maanden, die uiteindelijk werd omgezet in een boete van 252.000 euro. De Argentijnse vedette van FC Barcelona bleek samen met zijn vader voor 4,1 miljoen euro aan belasting te hebben ontdoken. Via de zogeheten Football Leaks kwamen ook vergelijkbare zaken naar buiten.

Voor banken en andere financiële instellingen maken al deze zaken de voetbalsport een groot risico. Banken zijn de poortwachters voor de financiële sector en sinds de boete voor ING van vorig jaar blijkt dat ze flink bestraft kunnen worden als ze daarin falen.