Mensen die niet zich niet op de arbeidsmarkt wagen omdat ze zorgtaken op zich nemen: het zijn in Nederland nog steeds voor het overgrote deel de vrouwen, zo blijkt uit nieuwe CBS-cijfers. Hoe komt het dat deze verdeling bij ons zo scheef is?

Hoe staan de zaken er bij ons voor?

Tussen 2008 en 2018 nam het aandeel van vrouwen in de groep Nederlanders die vanwege zorgtaken niet de arbeidsmarkt betreden af van 97 naar 94 procent, zo bleek dinsdag uit de Enquête Beroepsbevolking van het CBS.

Toch is dat nog maar een deel van de balans: er zijn ook mensen die wel werken, maar dat in deeltijd doen vanwege hun zorgtaken. En ja, ook dat zijn vooral vrouwen.

Ruim 74 procent van de vrouwen die werken, doet dat volgens de Emancipatiemonitor van het SCP en CBS uit 2018 in deeltijd. Maar liefst 97 procent van de vrouwen met jonge kinderen noemt de zorg voor hen als reden om niet voltijds te kunnen of willen werken.

Onder mannen is maar 22,6 procent deeltijdwerker, waarbij niet bekend is hoeveel dat er vanwege de combinatie met zorg zijn. Wel blijkt dat 'zorgtaken' voor slechts 1,9 procent van de mannen die helemaal niet werken een reden vormen; voor vrouwen is dat 22,5 procent.

En wat dan nog?

Allemaal prima, zou je zeggen. Maar, er zijn bijvoorbeeld mensen onder de niet-werkenden die eigenlijk wel zouden willen werken, zo blijkt. Zo is er volgens het CBS een groep van twintigduizend niet-werkende ouders die eigenlijk wel aan de slag zou willen. Van hen is 86 procent vrouw.

In brede zin blijkt dat de wens om dingen te veranderen leeft. "Vrouwen willen vaker hun arbeidsduur veranderen dan mannen: ze willen vooral vaker meer uren werken", meldt de Emancipatiemonitor.

71 procent van de werkende vrouwen doet dat in deeltijd. Onder hen is het verlangen naar meer uren ruim vertegenwoordigd: 12,5 procent zou meer willen werken. Gemiddeld werken ze 27,8 uur, terwijl de gemiddelde gewenste arbeidsduur 29,2 uur is.

Overigens heeft Nederland ook relatief veel mannen met een deeltijdbaan: met 22,6 procent het hoogste aandeel van Europa. Denemarken volgt met maar 12,4 procent op de tweede plek.

Flink traditioneel dus nog, die verdeling in Nederland. Hoe komt dit?

"De vraag stellen, is hem beantwoorden", zegt Esther de Jong, hoofd beleidsadvisering bij Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

De normen zijn in Nederland nog erg traditioneel, stelt ze. "De man is kostwinner, de vrouw is degene die de zorgtaken op zich neemt. Dat idee zit nog erg in het Nederlandse DNA. De nieuwe cijfers van het CBS zijn voor ons dan ook totaal geen verrassing."

“Met die vijf dagen partnerverlof zeggen we nu: zorgen is een vrouwentaak.”
Esther de Jong, Atria

Een oorzaak voor de scheve verdeling is de zogenoemde 'deeltijdklem', zegt De Jong. "Veel vrouwen werken in deeltijd omdat ze zorg en arbeid willen combineren. Als je meer zou werken, moeten je kinderen vaker naar de opvang. Maar daar zit het probleem: de kwaliteit van de kinderopvang is hier niet zo hoog, en dat komt juist doordat we zo'n deeltijdland zijn." Er wordt hierdoor onvoldoende geïnvesteerd in opvang, zo is het idee.

"Daarom houd je je kinderen liever iets vaker thuis. Maar dáárdoor moet je in deeltijd blijven werken", aldus de beleidsadviseur. "Onze samenleving is ingericht op anderhalfverdieners. Daarom is hier een rol weggelegd voor de overheid: zorg ervoor dat werken en zorgen beter te combineren is. Ook voor mannen."

Ja, die mannen vergeten we bijna. Hoe staat het daarmee?

"Alleen op vrouwen focussen heeft inderdaad geen nut", zegt De Jong. "Stereotypen over wie er moet zorgen, kun je aanpakken door onder meer zorgverlof aan te passen."

"Bij het krijgen van een kind zeggen we met die vijf dagen die partners vrij krijgen tegenover de zestien weken die vrouwen krijgen: zorgen is een vrouwentaak. Als je dat verandert, wordt het voor een man ook meer gevoeld als een optie: het is oké als ik ga zorgen."

Mannen moeten al met al van hun stereotype rol van kostwinner af en tegelijkertijd meer gelegenheid krijgen om meer zorgtaken op zich te nemen, zowel van de overheid als van werkgevers. "In plaats van het anderhalfverdienersmodel dat nu gebruikelijk is, kan ook ieder 75 procent van het werk op zich nemen", zegt De Jong.

“Wat we in Nederland beter doen, is dat hier meer vrouwen werken.”
Esther de Jong, Atria

Kunnen we een voorbeeld nemen aan andere landen?

Deels wel, deels niet. "De opvang is vaak beter geregeld. Maar vrouwen werken vaak fulltime óf niet - er zit geen optie tussen. Wat we in Nederland beter doen, is dat hier meer vrouwen werken, ook al is dat vaak in deeltijd."

Wat we hier volgens De Jong vooral moeten doen is de rolpatronen, stereotypen en normen aanpakken. Hiervoor werkt haar kennisinstituut samen met onder meer Emancipator, VHTO en de Nederlandse Vrouwen Raad aan het programma Werk.en.de toekomst, dat inzet op het veranderen van overheidsbeleid tot onderwijs en arbeidsmarkt. "Een complex probleem vraagt om een brede aanpak."