De Britse economie is in het tweede kwartaal van 2019 gekrompen. Het is voor het eerst sinds 2012 dat de kwartaalcijfers negatief uitpakken voor het Verenigd Koninkrijk, volgens cijfers van het Office for National Statistics. Oorzaak is de aanvankelijke Brexit-datum van 29 maart, die voorlopig is uitgesteld naar 31 oktober.

Het bruto binnenlands product (bbp) kromp in april, mei en juni met 0,2 procent. Het kwartaal daarvoor was dat juist met 0,5 procent gegroeid. De industrie kromp in het tweede kwartaal met 2,3 procent.

De krimp komt onverwacht voor economen, die hadden voorspeld dat de economische groei onveranderd zou blijven. Na de aankondiging van de kwartaalcijfers daalde het pond.

De groei in het eerste kwartaal werd veroorzaakt door voorzorgsmaatregelen van Britse bedrijven; in de aanloop naar 29 maart werden extra voorraden aangelegd. De auto-industrie vervroegde het jaarlijkse zomeronderhoud van voertuigen om een eventueel tekort aan materiaal door de Brexit te voorkomen.

De rode cijfers zijn een klap voor premier Boris Johnson, die eind juli aantrad en voor een Brexit op 31 oktober pleit - deal of geen deal.