Bij veehouders die door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vanwege misstanden met dieren als 'risicobedrijf' zijn aangemerkt, is in 54 procent van de gevallen geen verbetering te zien bij herinspectie. Dat meldt dierenrechtenorganisatie Dier&Recht na eigen onderzoek.

Nederland telt zo'n driehonderd veehouders die door de NVWA als aandachtsbedrijven zijn beoordeeld. Hier zijn bijvoorbeeld overtredingen geconstateerd, zoals het ontbreken van drinkwater, vervuilde stallen zonder ligplaats of de aanwezigheid van vermagerde dieren.

Dier&Recht onderzocht dergelijke bedrijven en de herinspecties die hier tussen januari 2017 en februari 2018 werden gedaan. De NVWA voerde in die periode 249 inspecties uit bij 131 van de risicobedrijven en stelde bij 62 procent daarvan één of meerdere overtredingen vast.

Bij 54 procent van de bedrijven was zelfs helemaal geen verbetering te zien, aldus Dier&Recht.

De dierenrechtenorganisatie stelt dat er bij herhaalde problemen toch vaak niet echt wordt ingegrepen. "Een houdverbod of inbeslagname van dieren komt vrijwel nooit voor, ook niet bij de meest ernstige overtredingen. Boeren krijgen lang de tijd om de situatie te verbeteren, wat bij herhaling zinloos blijkt."

Dier&Recht vindt dat het belang van de veehouder nu vaak boven het belang van de dieren wordt gesteld en zegt dat er sneller een houdverbod moet worden opgelegd. De organisatie wil met een petitie minister van Landbouw Carola Schouten oproepen om sneller in te grijpen.