De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, heeft voor het eerst sinds 2008 het belangrijkste renteniveau verlaagd. De Fed brengt het tarief waartegen banken kunnen lenen bij de centrale bank naar een bandbreedte van 2 en 2,25 procent.

De centrale bank haalt ontwikkelingen in de wereldeconomie en een gedaalde inflatie aan als redenen voor de renteverlaging. Acht van de tien leden stemden voor een verlaging. Ook stopt de Fed in augustus met de afbouw van de balans.

De Amerikaanse economie groeit nog steeds en ook de arbeidsmarkt draait goed, maar het tempo van die groei daalt wel en de inflatie ligt net onder het doel van de Fed.

Veel Amerikaanse economen en analisten zijn het erover eens dat de rente omlaag moet. Eerder stelde voormalig Fed-president Janet Yellen dat een renteverlaging ook geoorloofd was. Zij haalde vooral de afkoelende wereldeconomie aan als reden om de rente te verlagen.

Met name buiten de Verenigde Staten vertraagt de economische groei. Zo meldde Eurostat woensdag dat de economische groei in de eurozone uitkwam op 0,2 procent.

Kritiek van Donald Trump

Met de stap komt de centrale bank ook tegemoet aan de druk van de Amerikaanse president Donald Trump. Hij heeft maandenlang kritiek geleverd op de Federal Reserve om het verhogen van de renteniveaus.

Eind vorige maand haalde Trump nog uit dat de Fed bij de vergadering in juni de rente niet verlaagde. "Mis het niet nog een keer", tweette de president daarna.

Een lage rente bij de centrale bank werkt door in de rest van de economie. Als banken tegen lagere kosten kunnen lenen bij de centrale bank kunnen ze ook de tarieven voor hun klanten verlagen. Zo betalen bijvoorbeeld bedrijven minder om te lenen en kunnen ze eerder of meer investeringen doen.