Nederlandse koopwoningen waren in juni gemiddeld bijna 7 procent duurder dan dezelfde maand vorig jaar, blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster. De stijging is daarmee lager dan de afgelopen twee jaar.

Volgens het CBS en het Kadaster daalde het aantal verkochte koopwoningen in juni met 16 procent ten opzichte van juni vorig jaar. Er werden vorige maand 15.495 woningen verkocht.

Met de cijfers van juni kon het Kadaster ook cijfers over het eerste half jaar opmaken. Er werden 99.937 woningen verkocht, bijna 5 procent minder dan in dezelfde periode in 2018.

Na een piek in augustus 2008 daalden de prijzen van koopwoningen en in juni 2013 werd een dieptepunt bereikt. Sindsdien stijgen de huizenprijzen weer. In mei 2018 lagen de huizenprijzen voor het eerst hoger dan het recordniveau van augustus 2008. In juni 2019 bereikte de index het hoogste niveau ooit.

Prijzen woningen in grootste steden vlakken af

De prijzen van koopwoningen in de grootste steden vlakken ook af. In het tweede kwartaal van 2019 waren bestaande koopwoningen in Amsterdam bijna 7 procent duurder dan een jaar eerder. Dat is de laagste stijging in bijna vijf jaar.

Ook in Den Haag, Rotterdam en Utrecht waren de prijsstijgingen in het tweede kwartaal kleiner dan in voorgaande jaren. Met 9,7 procent was de prijsstijging van de vier grootste steden het grootst in de Utrecht.

Correctie: Eerder schreven we dat de laagste prijsstijging van Nederlandse koopwoningen in bijna vijf jaar was. Dit was onjuist en had Amsterdam moeten zijn. We hebben dit aangepast.