De vier grootste pensioenfondsen van Nederland dreigen volgend jaar te moeten korten op de pensioenen, terwijl kortingen ingaan tegen het recente pensioenakkoord dat deze juist moest voorkomen. ABP, Zorg & Welzijn (PFZW), PMT en PME geven de lage rente de schuld.

De fondsen zijn tevreden over hun beleggingswinsten, maar deze werden tenietgedaan door de lage rente, stellen ze. Daardoor steeg het geld te langzaam in waarde.

Eerder werd al bekend dat korten in 2020 bij metaalfondsen PME en PMT aannemelijk was, nu blijkt dat zorgfonds PFZW en ambtenarenfonds ABP ook in de knel dreigen te komen met hun beleidsdekkingsgraad.

Die graad geeft aan in hoeverre fondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Als de dekkingsgraad onder de 100 procent zakt, mogen fondsen de pensioenen verlagen, als gevolg van het pensioenakkoord. Daarvoor lag de 'lat' nog op 104 procent. Als de dekkingsgraad onder de 88 procent zakt, moeten fondsen verplicht de pensioenen verlagen.

PME scoort op dit moment 99,8 procent, PMT zit op 100,8 procent. PFZW en ABP bungelen onderaan, met respectievelijk 95,9 en 95,3 procent. Ze mogen dus bijna allemaal de pensioenen omlaag bijstellen.

De commissie-Dijsselbloem adviseerde onlangs om de ondergrens voor de kritische dekkingsgraad van 88 procent naar rond de 95 procent bij te stellen. Welk fonds daaronder zakt, moet verplicht de pensioenen verlagen. Het kabinet heeft gezegd deze rekenregels over te nemen. Het nieuwe percentage geldt vanaf 2021.