Deze week ondertekende de Franse regering een wet die met terugwerkende kracht een digitaks invoert. Grote techbedrijven moeten 3 procent belasting betalen over de inkomsten die zij in Frankrijk genereren. Vijf vragen over deze techtaks.

Welke bedrijven moeten de digitale belasting betalen?

Niet eens zoveel: er zijn maar zo'n dertig bedrijven voor wie de wet geldt. Maar het zijn wel de titanen uit de techwereld. Alleen bedrijven die jaarlijks meer dan 750 miljoen euro omzetten, waarvan ten minste 25 miljoen in Frankrijk, moeten 3 procent aan de Franse fiscus afstaan.

Het gaat om bedrijven die "waarde creëren via Franse internetgebruikers"; bedrijven die omzet halen uit de verkoop van persoonsgegevens en advertenties. De wet wordt ook wel 'Gafa' genoemd, naar Google, Apple, Facebook en Amazon.

Maar ook bijvoorbeeld Microsoft, Booking.com, Airbnb, Instagram en Uber moeten eraan geloven. Net als een aantal bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk, China, Duitsland en Spanje en twee Franse bedrijven, het online adverteerdersplatform Criteo en de datingwebsite Meetic.

Om hoeveel geld gaat het eigenlijk?

Volgens de Franse autoriteiten gaat de wet het land dit jaar nog 400 miljoen euro opleveren. Volgend jaar zal dit naar verwachting 650 miljoen euro zijn. De maatregel gaat met terugwerkende kracht in per 1 januari.

De maatregel lijkt overigens deels symbolisch. De protesten van de 'Gele Hesjes' hebben de druk om een rechtvaardig belastingstelsel in te voeren opgevoerd. Het opgebrachte geld wordt volgens de Franse krant Le Monde ingezet voor economische en sociale noodmaatregelen.

Waarom is deze techtaks omstreden?

Het is vooral in de Verenigde Staten omstreden. Amerikaanse internetreuzen worden het hardst geraakt. Niet president Donald Trump dreigde ditmaal met sancties, maar Robert Lightizer, de Amerikaanse handelsgezant. Hij kondigde nog voor de Franse wet was ondertekend aan een onderzoek in te stellen naar de taks.

Dit 'section 301'-onderzoek moet uitwijzen of de techtaks Amerikaanse bedrijven oneerlijk behandelt en of die in strijd is met internationale verdragen. Eerder werd zo'n onderzoek ingezet in de handelsoorlog met China.

De Franse minister van Financiën, Bruno Le Maire, riep zijn Amerikaanse collega's op om samen naar een oplossing te zoeken in plaats van met dreigementen te komen. Le Maire wijst op de OESO, waarin 127 landen proberen het eens te worden over een digitaksrichtlijn. Mocht er een goede internationale afspraak komen, dan heft Frankrijk de belasting op.

Hoe zit het eigenlijk met andere landen?

Er werd op Europees niveau nogal gesteggeld over de digitaks. Zweden, Finland en Denemarken stribbelden tegen, net als Ierland (Google en Facebook hebben hier hun hoofdkantoor). Daarom nam Frankrijk het heft maar in eigen hand.

De Fransen zijn niet de enige. Het Verenigd Koninkrijk is bezig met een soortgelijke taks. Deze week diende het een wetsvoorstel in voor een digitale belasting van 2 procent op winsten op socialemediaplatforms, zoekmachines en marktplaatsen. Naar verwachting gaat de wet in april 2020 van kracht.

De Spaanse regering ondertekende een digitale takswet al in januari. Dat moet het land 1,2 miljard euro opleveren. Oostenrijk en België zijn ook bezig met plannen.

En Nederland?

Tja. De Tweede Kamer is positief over een digitaks, maar is niet eensgezind over of dit nationaal of internationaal geregeld moet worden. Eind april diende de PvdA een initiatiefwetsvoorstel in om techgiganten 5 procent belasting over hun Nederlandse inkomsten te laten betalen. Voorlopig laat het nog op zich wachten.