Woningcorporatie Vestia is een overeenkomst aangegaan met Deutsche Bank in het derivatendrama waardoor de wooncorporatie in 2012 bijna omviel. Als onderdeel van de schikking in de fraudezaak betaalt Deutsche Bank 175 miljoen euro aan Vestia. Dat maakte Vestia vrijdag bekend.

Met deze overeenkomst nemen Vestia en Deutsche Bank afstand van alle vorderingen in verband met de tussen hen gesloten derivatentransacties. Deutsche Bank betaalt het bedrag overigens zonder erkenning van enige aansprakelijkheid.

De Rotterdamse huisvester startte in 2016 een zaak tegen Deutsche Bank bij het Hof in Londen. In eerste instantie eiste het 800 miljoen euro. Volgens Vestia had de bank een groot aandeel gehad in het derivatendebacle waardoor Vestia en de woningbouwsector meer dan 2,5 miljard euro aan schade leden.

"Wij zijn tevreden met het resultaat", schrijft de Rotterdamse woningbouwcorporatie op haar website. Het noemt 175 miljoen euro een "fors bedrag" en een "mooie bijdrage aan het financieel herstel."

Door rentedaling kregen derivaten negatieve marktwaarde

Die vordering was er destijds op gebaseerd dat de bank "wist van, dan wel verantwoordelijkheid had voor" de omkoping door tussenpersonen van de voormalige kasbeheerder van Vestia, Marcel de Vries, die de omstreden derivatencontracten had gesloten. Vestia kocht de risicovolle financiële producten om zich tegen renterisico's in te dekken. De corporatie gokte op een rentestijging, terwijl de rente juist - onverwacht - ging dalen.

Door de rentedaling kregen de derivaten een negatieve marktwaarde. De betrokken banken eisten daarom extra onderpandbetalingen van Vestia. De corporatie moest de derivatenportefeuille uiteindelijk voor bijna 2 miljard euro afkopen bij de banken. Andere corporaties moesten vervolgens bijna 700 miljoen euro inleggen om Vestia overeind te houden.