Bijna 20 procent van twintigduizend brugklasleerlingen uit het schooljaar 1999/2000 werkte in 2017 in de sector die zij als tiener ambieerden, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS vergeleek de wensberoepen van de scholieren met het werk dat de tieners van toen in 2017 hadden.

Bijna 40 procent van de meisjes die als tiener "iets met kinderen" wilden doen, werkt nu in het onderwijs of in de zorg met kinderen. 45 procent van de jongens die timmerman wilden worden, werkt nu bij een bedrijf dat zich bezighoudt met timmer- en andere bouwwerkzaamheden.

'20 procent is een mooie score'

Het is voor het eerst dat het CBS uitzoekt hoe het afloopt met de ambities van kinderen. Onderzoeker Tanja Traag noemt de score van bijna 20 procent "mooi". "Zeker als je bedenkt dat er ook een grote groep brugklassers is die op die leeftijd droomt van een beroep dat weinig voorkomt, zoals acteur of zanger."

Het door jongens meest genoemde beroep was piloot. Slechts 7 procent van de respondenten werkt nu ook daadwerkelijk in de burgerluchtvaart. Meisjes wilden het liefst kapper worden; 16 procent van de ondervraagden is dat ook gelukt.