Vrouwen hebben steeds vaker ook een aanvullend pensioen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt dit doordat vrouwen steeds vaker actief zijn op de arbeidsmarkt.

Het aantal vrouwen met een aanvullend pensioen neemt toe naarmate de leeftijd afneemt. 32,5 procent van de vrouwen boven de 80 heeft een aanvullend pensioen, terwijl dat percentage bij gepensioneerde vrouwen onder de zeventig op 59,5 procent ligt.

Wel ligt het aanvullend pensioen van vrouwen gemiddeld nog een stuk lager dan dat van mannen. Het aandeel vrouwen in de AOW met een aanvullend pensioen is gestegen van 52 procent in 2001 naar 65 procent in 2017.

Nog altijd een grote pensioenkloof

Toch is er nog steeds een groot verschil met de mannelijke AOW’ers van wie 92 procent in 2017 een aanvullend pensioen ontving. Vrouwen kregen in dit laatste jaar waarover het CBS gegevens heeft met 5.400 euro bruto aanvullend pensioen ongeveer 43 procent van het doorsneebedrag van mannen.

Het verschil in de hoogte van het aanvullend pensioen is het grootst onder AOW’ers met een partner, al is deze kloof de afgelopen jaren wel kleiner geworden. Vrouwen die tegenwoordig de AOW instromen zijn niet alleen vaker werkzaam geweest, ook hadden ze een gemiddeld langere werkweek dan eerdere generaties waardoor ze meer pensioen hebben opgebouwd.

Wat betreft het totaal aantal AOW'ers zijn vrouwen al langer in de meerderheid. Dit aantal groeide van ruim twee miljoen in 2001 naar bijna drie miljoen in 2017. In dat laatste jaar ging het om bijna 1,4 miljoen mannen en een kleine 1,6 miljoen vrouwen.

Meer kans op armoede

Uit het rapport van het CBS blijkt ook dat voor het eerst sinds 2014 de kans op incidentele armoede weer toeneemt. De laatste stijging is vooral te wijten aan de komst van Syrische vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben, maar vaak afhankelijk blijven van een bijstandsuitkering.

De kans dat iemand in langdurige, tenminste vier jaar achtereen, armoede terecht komt is de afgelopen jaren wel blijven oplopen. Het CBS merkt op dat veel huishoudens die tijdens de economische crisis in de bijstand terecht zijn gekomen, hier niet meer uitkwamen.