Nederlanders zijn ongerust over de betaalbaarheid, toegankelijkheid en tekorten in de zorg. 67 procent vindt het oneerlijk om de rekening van hoge zorgkosten voornamelijk neer te leggen bij mensen die zorg nodig hebben.

Dat blijkt uit het Continue Onderzoek Burgerperspectieven (COB) van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), dat extra aandacht besteedde aan de publieke opinie over de zorg. Deze burgerpeiling wordt elk kwartaal uitgevoerd.

Opvallend is dat een op de vier deelnemers aan het onderzoek zelf de staat van de zorg aandroeg als belangrijkste maatschappelijk probleem op dit moment.

Mensen maken zich vooral zorgen over het tekort aan personeel, de hoge werkdruk en het lage salaris. Ook de kosten van de zorg, ouderenzorg, wachtlijsten, bureaucratie en de grote macht van verzekeraars worden als problematisch bestempeld.

Marktwerking, macht van zorgverzekeraars en farmaceuten

Vooral voor mensen die zich in een penibele financiële situatie bevinden, komt bij deze maatschappelijk zorg ook ongerustheid over hun eigen, persoonlijke situatie.

Als schuldige van de hoge, ongelijk verdeelde kosten worden de marktwerking, de macht van zorgverzekeraars en farmaceuten aangemerkt. Ook de verspilling van medicijnen en te veel bureaucratie worden als oorzaak gezien.

Mensen hechten veel waarde aan de brede toegankelijkheid van zorg. In een groeiende ongelijkheid zouden de verschillen tussen ziek en gezond, en hoge en lage inkomens samen gedragen moeten worden.

Bereidheid voor geld naar klimaat afgenomen

Uit het COB-rapport blijkt ook dat de bereidheid om extra geld uit te trekken voor milieuproblemen en klimaatverandering aanzienlijk is afgenomen, van 46 procent vorig kwartaal naar 38 procent nu. Dat terwijl een op de vijf Nederlanders klimaatverandering wel uit eigen beweging als maatschappelijk probleem benoemt.

Het idee leeft dat Nederland al genoeg doet om klimaatverandering in te dammen, en dat de politiek zelfs iets te hard van stapel loopt met haar maatregelen.

Wat opvalt is dat de reacties op het klimaat afgelopen kwartalen steeds verder polariseerden: meer mensen reageren met een 'zeer eens' of 'zeer oneens', ten koste van de optie 'neutraal'.