De brede welvaart ligt in Nederland voor het eerst weer boven het niveau van voor de crisis. Wel blijft stedelijke gebied achter op landelijke regio's. Dat blijkt donderdag uit de Brede Welvaartsindicator (BWI) 2019 van de Universiteit Utrecht en Rabobank.

Opvallend is dat in 2016 het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking al boven het niveau van voor de crisis was, terwijl de brede welvaart nog twee jaar op zich liet wachten.

Bij dit begrip van welvaart gaat het naast de economische situatie onder meer ook over baanzekerheid, onderwijs, gezondheid, milieu, huisvesting, veiligheid en welzijn.

'Noord-Drenthe beste plek om te wonen'

Binnen Nederland zijn grote verschillen aan te wijzen. Zo is de brede welvaart in stedelijke gebieden minder groot, terwijl landelijke gebieden voorlopen. In en rond Den Haag is de brede welvaart bijvoorbeeld 8 procentpunten lager dan in Noord-Drenthe.

"Noord-Drenthe is opgeteld de beste plek om te leven", aldus Erik Stam, hoogleraar Strategie, Organisatie en Ondernemerschap van de Universiteit Utrecht.

Hoewel grote steden belangrijk zijn voor de economie, blijven vooral de gebieden rond de drie grootste steden achter qua brede welvaart. "Dit komt vooral door de achterblijvende veiligheid en milieu: in stedelijke gebieden is misdaad en fijnstof een groter probleem dan in veel landelijke gebieden", legt Rabobank-econoom Sjoerd Hardeman uit.

'Woontevredenheid in Amsterdam en Den Haag is laag'

Qua subjectief welzijn, materiële welvaart en vooral arbeid zijn Nederlanders erop vooruitgegaan. Dat komt door de toegenomen tevredenheid van de bevolking, een groter huishoudinkomen en de dalende werkloosheid.

Een negatieve ontwikkeling is echter te zien in de balans tussen werk en privé, doordat mensen meer zijn gaan werken. De woontevredenheid is bovendien afgenomen, vooral onder mensen in Amsterdam en Den Haag.

De staat van het milieu is ook van negatieve invloed op de brede welvaart, mede doordat de uitstoot van fijnstof het afgelopen jaar niet verder is teruggedrongen. "Dit betekent in ieder geval dat het milieu- en klimaatdebat in ons land niet los van de stijgende materiële welvaart moet worden gevoerd", aldus Tanja van der Lippe, hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht.

Voor het uitdrukken van welvaart in bredere zin is gekozen omdat het bbp per hoofd een te eenzijdig beeld zou geven. "Welvaart laat zich niet alleen uitdrukken in de financiële situatie van Nederlanders", stelt Hardeman. "Economische groei uitgedrukt in bbp zien we niet een-op-een terug in de welvaartsgroei van huishoudens."