De Duitse plannen om tol in te voeren voor personenauto's op federale wegen is in strijd met Europese regels, oordeelt het Europees Hof van Justitie dinsdag.

Het oordeel is opvallend, omdat de advocaat-generaal eerder nog stelde dat de tolweg niet discriminerend is. Het advies van de advocaat-generaal wordt meestal opgevolgd, maar in dit geval dus niet.

Nederland en Oostenrijk gingen naar het Europees Hof om de Duitse plannen aan te vechten, omdat de maatregel discriminerend zou zijn jegens buitenlandse chauffeurs.

Volgens het plan zouden Duitse automobilisten de tol namelijk volledig vergoed krijgen door een verlaging in de wegenbelasting en dit geldt niet voor buitenlandse chauffeurs.

Maatregel discrimineert buitenlandse chauffeurs wel degelijk

Het Hof stelt nu dat er inderdaad sprake is van "onrechtstreekse discriminatie op grond van nationaliteit" en dat de plannen "in strijd zijn met de beginselen van het vrije goederenverkeer en het vrij verrichten van diensten".

"Deze heffing is discriminerend aangezien de economische last ervan in de praktijk enkel rust op de houders en bestuurders van in andere lidstaten geregistreerde voertuigen", vervolgt het Europees Hof.

Maatregel in deze vorm van de baan

De invoering van de tol op de Autobahn stond gepland voor oktober 2020. Door het oordeel van het Europees Hof is de maatregel nu van de baan. Duitsland zou de tol wel kunnen invoeren, maar dan moet het land dat doen op een manier die niet discriminerend is voor buitenlandse automobilisten.

Het komt zelden voor dat een EU-land een zogenoemd beroep wegens niet-nakoming instelt tegen een andere lidstaat. Inclusief deze zaak is het slechts acht keer gebeurd.