Zo'n 60 procent van de banken had vorig jaar te maken met een groei van zowel het aantal fraudegevallen als het schadebedrag. Dat blijkt uit de Global Banking Fraud Survey 2019 van KPMG, die hiervoor veertig banken ondervroeg.

Wereldwijd neemt de externe fraude bij banken toe. Vooral fraude waarbij consumenten reageren op nepmails en geld overmaken naar internetcriminelen zorgt voor veel schade. Daarnaast zijn onder meer identiteitsdiefstal, illegaal gebruik van rekeningen en aanvallen van internetcriminelen veelvoorkomend.

Slechts 25 procent van de geleden schade komt uiteindelijk terug bij de bank. KPMG ziet dit als bewijs dat het voorkomen van fraude een prioriteit zou moeten zijn voor banken.

Omdat consumenten in een groot deel van de fraudegevallen zelf geld naar criminelen overmaken, moeten banken volgens de adviesorganisatie meer aandacht geven aan "het opvoeden van hun klanten om fraude te voorkomen en herkennen".

'Interne fraude neemt af, maar risico's zijn groot'

Banken geven aan dat interne fraude, die bijvoorbeeld wordt gepleegd door eigen werknemers, juist afneemt. KPMG waarschuwt dat de potentiële schade van interne fraude net zo groot of zelfs groter kan zijn dan die van externe.

"Werknemers zijn immers in staat gebruik te maken van de kwetsbaarheden in de controles om toegang te krijgen tot de meest waardevolle bezittingen van de bank. De bedrijven moeten dan ook veel meer tijd en energie steken in het opsporen van fraude door de eigen medewerkers", aldus partner bij KPMG Ferdinand Veenman.