Het inkomensverschil van mensen met en zonder een migratieachtergrond neemt nog niet erg af, meldt het Centraal Planbureau (CPB) woensdag. Het verschil is deels te verklaren door het verschil in opleidingsniveau, maar ook het type baan en discriminatie op de arbeidsmarkt hebben invloed.

Een kind van ouders met een Marokkaanse achtergrond in de laagste inkomensklasse bereikt gemiddeld de 28e trede in de inkomensverdeling, terwijl iemand met Nederlandse ouders uit dezelfde inkomensgroep gemiddeld 13 treden hoger uitkomt. Hierbij is voor een schaal van 1 tot 100 gekozen, waarbij 1 de laagste en 100 de hoogste inkomenstrede is.

Ook als ouders met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond een hoger inkomen hebben, blijft het gemiddelde inkomen van hun kinderen achter.

Het inkomensverschil tussen mensen met een Surinaamse migratieachtergrond en een mensen zonder migratieachtergrond is 16 procent. Mensen met een Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond verdienen achtereenvolgens 21, 26 en 31 procent minder dan Nederlanders zonder migratieachtergrond. Bij de laatste twee groepen is tussen 2002 en 2017 wel een kleine verbetering te zien.

Kwart minder te besteden

Mensen met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond hebben ongeveer een kwart minder te besteden dan andere Nederlanders. De afgelopen vijftien jaar is hierin niet veel veranderd. Volgens het CPB is het arbeidsinkomen hiervoor bepalend.

Het aandeel werkende personen onder mannen met een migratieachtergrond ligt tussen de 10 en 20 procentpunt lager dan bij mannen zonder migratieachtergrond. Onder vrouwen met en zonder migratieachtergrond is het verschil zelfs 15 tot 35 procentpunt.

Daarnaast is het uurloon flink lager. Van mannen en vrouwen met een Antilliaanse migratieachtergrond is het uurloon zo'n 4 procent lager. Bij vrouwen met een Turkse migratieachtergrond is het uurloon zelfs tot 29 procent lager.

Opleidingsniveau is deels de verklaring

De inkomensverschillen kunnen deels worden verklaard door het verschil in opleidingsniveau. Want hoewel het aandeel hogeropgeleiden onder personen met een migratieachtergrond groeit, is dat ook het geval bij mensen zonder migratieachtergrond.

"Vooralsnog wordt het verschil in opleidingsniveau tussen personen met en zonder migratieachtergrond niet kleiner. Het verschil in arbeidsinkomen als gevolg van een verschil in opleidingsniveau blijft daarmee bestaan", aldus het CPB.

Ook andere factoren, zoals studiekeuze, sociale netwerken, baantype, culturele verschillen en verschillen in beheersing van de Nederlandse taal zijn van invloed. Daar komt ook discriminatie op de arbeidsmarkt bij.

Aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt

Het bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt is dan ook een van de stappen die nodig is om de inkomensverschillen weg te nemen, stelt het planbureau. Het kleiner maken van het verschil tussen flexibele en vaste contracten op de arbeidsmarkt zou er ook aan bijdragen, aangezien mensen met een migratieachtergrond vaker een flexibele arbeidsovereenkomst blijven houden.

Het CPB pleit daarnaast voor beleidsaanpassingen op het gebied van onderwijs en de arbeidsmarkt. Zo blijkt uit internationaal onderzoek dat meer gericht vroeg onderwijs en voorschools onderwijs kunnen helpen. Verder zouden mensen met een migratieachtergrond volgens het planbureau beter begeleid moeten worden in hun studiekeuze en bij het vinden van stages. Daarbij zou meer aandacht aan arbeidsmarktperspectieven besteed kunnen worden.

Ook beleid om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan en wijzigingen waardoor het 'stapelen' van onderwijsniveaus makkelijker wordt, zouden leiden tot meer gelijkheid.