DEN HAAG - Nederlandse huishoudens geven per jaar ongeveer 35 miljard euro uit aan de besteding van hun vrije tijd. Dat is een kwart van hun huishoudbudget. In de afgelopen decennia is de economische betekenis van de vrijetijdsindustrie sterk gegroeid.

Dat staat in het masterplan vrijetijdsindustrie, dat donderdag in Den Haag werd aangeboden aan staatssecretaris Van Gennip (CDA, Economische Zaken). Het plan is een initiatief van het midden- en kleinbedrijf en de Rabobank. Volgens de opstellers is de Nederlandse vrijetijdsindustrie nog niet eerder zo uitvoerig in beeld gebracht.

De bank en de belangenorganisatie stellen vast dat de economische betekenis van de vrijetijdsindustrie groeit, maar dat het CBS hier geen goede vertaling aan geeft. Daarom hebben ze nu zelf onderzoek gedaan.

De onderzoekers hebben becijferd dat er bijna 54.000 bedrijven actief zijn in de vrijetijdsbranche. De meest recente statistieken, uit 2003, maken melding van 347.000 banen in de sector. De meeste bedrijven (80 procent) zijn actief in horeca, toerisme en recreatie. Het restant is actief in cultuur en amusement.

In het rapport staan niet alleen cijfers. De opstellers doen ook een reeks aanbevelingen aan de politiek. Die moet volgens MKB Nederland en Rabobank oppassen voor versnippering van beleid. Nu is daarvan nog te vaak sprake, en ondernemers hebben daarvan veel last. De diverse overheden moeten daarom hun beleid beter op elkaar afstemmen en vereenvoudigen.