LOS ANGELES - De Amerikaanse supermarktketen Wal-Mart is door een groep buitenlandse werknemers aangeklaagd omdat de toeleveranciers van het bedrijf de rechten van hun werknemers zouden schenden. De arbeiders vinden dat Wal-Mart onvoldoende doet om zijn toeleveranciers te verplichten zich aan de arbeidswetten te houden.

Als Wal-Mart aansprakelijk wordt gesteld, kan dat het concern honderden miljoenen dollars kosten. Dat maakte de Amerikaanse krant The Washington Post woensdag bekend.

De zogenoemde class action-rechtszaak werd aangespannen door een belangenvereniging namens vijftien arbeiders uit China, Bangladesh, Swaziland, Nicaragua en Indonesië. Zij zijn van mening dat ze onder het wettelijke minimumloon moeten werken, gedwongen worden om overuren te draaien en in sommige gevallen worden mishandeld door hun werkgever. Als de rechter de zaak in behandeling neemt, kan de gezamenlijke rechtszaak tot wel een half miljoen werknemers vertegenwoordigen.

Naast de buitenlandse werknemers doen ook vier Amerikanen met de zaak mee. De werknemers van enkele groentehandels in Californië vinden dat hun lonen en vergoedingen zijn gedaald als gevolg van kostenbesparingen door Wal-Mart en de intrede van het concern op de Zuid-Californische markt. De vier zijn lid van een vakbond die ook de 1,2 miljoen Amerikaanse werknemers van Wal-Mart probeert te organiseren.

Wal-Mart, de grootste detailhandelsketen ter wereld, is de laatste tijd vaker in opspraak gekomen. Er lopen een aantal gezamenlijke rechtszaken waarin Wal-Mart wordt beschuldigd van discriminatie van zwarte vrachtwagenchauffeurs en vrouwelijke winkelmedewerkers. Zij zouden onder meer te weinig betaald krijgen en niet in aanmerking komen voor promotie en training.