WENEN - De oliemaatschappijen Royal Dutch Shell en British Petroleum (BP) hebben hun adviesprijzen voor autobrandstof in Oostenrijk verlaagd. Zij doen dit omdat de Oostenrijkse regering de bedrijven heeft gedreigd extra belastingen op te leggen.

Shell heeft de adviesprijs voor benzine met drie cent verlaagd en die voor diesel met een cent. BP heeft de prijzen met een cent gereduceerd. Op maandagavond verlaagde de Oostenrijkse oliemaatschappij ÖMV al de adviesprijzen met een cent.

De Oostenrijkse minister van Financiën, Karl-Heinz Grasser, had de olieconcerns met extra belasting gedreigd. Die kon voorkomen worden als zij binnen een paar dagen de brandstofprijzen met minstens twee tot drie cent per liter zouden verlagen. In de afgelopen twee weken zijn de brandstofprijzen in Oostenrijk met ongeveer negen cent gestegen.

Politieke druk

Shell ontkent dat de prijsverlagingen zijn doorgevoerd onder druk van Grasser. "Wij hebben ons niet laten leiden door uitspraken van de Oostenrijkse overheid. Aan de prijsverlagingen ligt enkel de internationale marktwerking ten grondslag. In Nederland is de benzineprijs dinsdag ook met drie cent verlaagd", aldus een woordvoerder van Shell. Ook het Oostenrijkse ÖMV ontkent dat politieke druk heeft geleid tot de prijsverlagingen.