Het Comité Asbestslachtoffers (CAS) doet aangifte tegen staalconcern Tata Steel. Het comité stapt naar het Openbaar Ministerie (OM) in de hoop dat het bedrijf sneller een regeling treft met zieke werknemers of hun nabestaanden, schrijft de Volkskrant dinsdag.

CAS wil een strafrechtelijke vervolging, omdat Tata Steel "de aanmerkelijke kans heeft aanvaard" dat werknemers aan asbestkanker overlijden. Zij werden bij het bedrijf aan asbest blootgesteld. Daardoor is volgens het comité sprake van dood door schuld.

Tata Steel zou al sinds de jaren zeventig hebben geweten dat blootstelling aan asbest dodelijk kan zijn. Zowel voor als na het verbod op asbest in 1994 heeft het bedrijf zijn werknemers hier onvoldoende tegen beschermd, stelt CAS. Procedures rond schadevergoedingen zouden door Tata Steel vertraagd worden.

Advocaat Bob Ruers heeft namens het comité aangifte gedaan. Ruers is ook Eerste Kamerlid voor de SP en licht de strafklacht dinsdag tijdens een plenair debat over asbestzaken in de Eerste Kamer verder toe.

Werknemers die ziek zijn geworden door asbest kunnen zich in eerste instantie melden bij het Instituut Asbestslachtoffers (IAS). Dit instituut bemiddelt tussen werknemers met asbestkanker en hun werkgevers over een schadevergoeding. Als een bedrijf niet wil meewerken, kunnen slachtoffers naar de rechter stappen.

Tata Steel wil niet reageren op vragen van de Volkskrant. Het bedrijf liet naar aanleiding van een eerder artikel over de kwestie in de krant weten dat de bewering dat Tata Steel bewust asbestzaken vertraagt, onjuist is. "In alle gevallen waar Tata Steel aansprakelijk is, keert Tata Steel ook een vergoeding uit", aldus het concern.