Lidstaten van de Europese Unie doen nog steeds te weinig om fraude bij uitgaven uit het cohesiefonds aan te pakken, stelt de Europese Rekenkamer donderdag in een verslag.

De lidstaten hebben de effectiviteit van hun fraudebestrijdingsmaatregelen te optimistisch ingeschat, stellen de controleurs.

"De lidstaten komen in het algemeen echter tot de conclusie dat hun bestaande fraudebestrijdingsmaatregelen volstaan om de frauderisico's te ondervangen. Wij vinden deze conclusie te optimistisch", schrijft Henri Grethen, een lid van de Europese Rekenkamer.

De opsporing en de reactie op fraude moeten nog aanzienlijk worden versterkt om fraudeurs tegen te houden, op te sporen en te ontmoedigen, schrijft de Europese Rekenkamer.

Cohesiefonds moet economisch zwakkere EU-landen ondersteunen

Het cohesiefonds is door de EU in het leven geroepen om armere lidstaten te ondersteunen. Het fonds streeft ernaar om economische en sociale achterstanden weg te werken.

Bij het gebruik hiervan wordt nog te vaak gefraudeerd, stelt de Europese Rekenkamer. "Het cohesiebeleid maakt een derde van de EU-begroting uit, maar is goed voor bijna 40 procent van alle gemelde fraudegevallen en nagenoeg drie kwart van de totale bedragen die met fraude zijn gemoeid", aldus Grethen.