Het gaat over het algemeen goed met de brede welvaart in Nederland, die niet alleen over de financiële cijfers maar ook over de tevredenheid over onder meer gezondheid en onderwijs gaat. Wel zijn Nederlanders ontevredener over hun vrije tijd en het tijdverlies door files in het land.

Dat zijn de belangrijkste conclusies in het eerste onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar welvaart in de breedst denkbare zin.

Het CBS keek voor het onderzoek niet alleen naar materiële welvaart, maar ook naar zaken als tevredenheid over het leven, de gezondheid en het onderwijsniveau. Bovendien berekende het bureau hoe de brede welvaart in Nederland zich verhoudt tot die in andere landen en in hoeverre die wordt doorgegeven aan toekomstige generaties.

Op veel punten is er de afgelopen acht jaar sprake van een positieve ontwikkeling. Met name op punten als arbeidsparticipatie, slachtofferschap van misdaad en 'persoonlijke welzijnsindex' gaat het goed in Nederland.

Economische groei heeft ook keerzijde

Dat is echter niet overal zo. Op twee gebieden is de positieve trend veranderd in een negatieve trend: tijdsverlies door files en de tevredenheid met de woning. Eerder was daar nog sprake van een neutrale trend, nu zijn die omgeslagen naar een negatieve trend. Ook zijn mensen minder tevreden over hun vrije tijd.

Volgens het CBS kan dat te maken hebben met de sterke economische groei van de afgelopen jaren; doordat er meer werk is, is er minder vrije tijd en is het drukker op de weg.

Hoogopgeleiden zijn tevredener

Net als vorig jaar blijkt uit het rapport dat de brede welvaart nauw samenhangt met opleidingsniveau. Hoogopgeleiden zijn over het algemeen een stuk tevredener dan laagopgeleiden. Wel scoren laagopgeleiden beter op het gebied van vrije tijd en zijn ze minder vaak slachtoffer van criminaliteit.

Ook de migratieachtergrond van mensen weegt zwaar. Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben gemiddeld genomen een lagere welvaart. Mensen met een westerse migratieachtergrond scoren ook iets lager dan gemiddeld, maar minder laag dan mensen met een niet-westerse migratieachtergrond.